De oase van YSL

11 mei 2011 00:00
Couturier Yves Saint laurenT was verknocht aan Jardin Marjorelle, zijn toevluchtsoord in Marrakech. Schilder Jacques Marjorelle voorzag de tuin niet alleen van zijn naam maar ook van de o zo typerende kobaltblauwe kleur.
Een bezoek aan Marrakech is pas compleet wanneer u vast hebt gestaan in de file, in de smalle steegjes van de medina, de oude ommuurde stad. En bij ‘file’ moet u denken aan krakende ezelkarren, hoog opgetast met groenten, aan brommertjes met twintig geplukte kalkoenen over het stuur en aan handkarren, heel veel handkarren. Hier is weinig veranderd in de afgelopen eeuwen op een enkel internetcafé na, tussen de stalletjes met schapenkoppen en honinggebak. Op het enorme plein, Djemaa el Fna, golft de menigte langs muzikanten en dansers, slangenbezweerders, waarzeggers, acrobaten en jongleurs. En dan de souks, waar u nog net niet – of juist wel – door de handelaren naar binnen getrokken wordt om hun handbeschilderde borden, geborduurde slippers en leren poefs te bewonderen. De geuren, de kleuren, de herrie, al die mensen, het stof: er komt een moment dat het de gemiddelde Westerling even teveel wordt. U wilt rust.
De Jardin Majorelle is een oase van stilte, verborgen achter die karakteristieke hoge muren van roodroze klei, die Marrakech de bijnaam ‘Rode Stad’ geven. Dit is dé plek om even bij te komen van het stadsrumoer. Ten minste, wanneer u in de vroege ochtend gaat, want omdat u niet de enige rustzoekende Westerling bent kan het er ‘s middags aardig druk worden.

De schilder en de couturier
De tuin dankt zijn naam aan de man die hem aanlegde, de Franse schilder en plantliefhebber Jacques Majorelle (1886-1962). In 1919 verhuist Jacques om gezondheidsredenen – hij had tuberculose – naar Marrakech. Hier koopt hij in 1924 een stuk grond, bouwt een huis en een atelier en weet er een van de mooiste tuinen ter wereld te creëren. In 1947 opent hij de Jardin Majorelle voor het publiek, maar wanneer Jacques na een auto-ongeluk terugkeert naar Frankrijk - en daar sterft - raken de tuinen langzaam in verval. Redding komt in de vorm van couturier Yves Saint Laurent en zijn partner, Pierre Bergé. Diverse malen bezoeken zij de tuin en zien de teloorgang. In 1980 besluiten zij Jardin Majorelle te kopen en minutieus te restaureren. Yves is zo verknocht aan de tuin dat, na zijn dood in 2008, zijn as er wordt bijgezet. Een eenvoudig monument ter nagedachtenis aan de gekwelde meester ligt in de schaduw van bananenpalmen.
Het resultaat van Saint Laurent’s reddingsoperatie is subliem. De perfect in ere herstelde subtropische tuin benadrukt Majorelle’s reputatie als een van de belangrijkste floraverzamelaars van zijn tijd. Want hoewel de tuin niet groot is – slechts een halve hectare –, vinden we er plantvariëteiten uit alle uithoeken van de wereld. Dichte bamboebosjes, hoog oprijzende waaier- en dadelpalmen, bloeiende kapokbomen met hun enorme doornen op de stam en metershoge ficus zorgen voor schaduw. Citroenbomen, olijfbomen, vijgen-, granaatappel- en andere fruitbomen verleiden tot plukken. De romantiek van bougainville, de gele trompetjes van de Bignonia, witte jasmijn en rozen verzachten de scherpe contouren van aloë vera, yucca, agave en een indrukwekkende cactusverzameling. Door het groene decor lopen terracottakleurige paden en smalle kanaaltjes. De zon danst op het water van betegelde, Arabisch fonteinen, die zorgen voor verkoeling. De Jardin Majorelle is dan ook een toevluchtsoord voor 15 soorten inheemse vogels. Overal om ons heen horen wij ze fluiten en koeren, maar het blijkt verrassend lastig om ze te ontdekken tussen het groen.

Tout bleu
Hoe prachtig dat groen ook is, zijn unieke karakter dankt deze tuin vooral aan het gebruik van kleur in de architecturale elementen. Vrijwel ieder ‘hard oppervlak’ werd door Jacques Majorelle geschilderd in een stralend kobaltblauw, dat zijn naam kreeg: ‘Bleu Majorelle’. Zelfs zijn huis en zijn atelier, een ontwerp van architect Paul Sinoir en nu een museum voor Islamitische kunst, zijn tout bleu. De inspiratie voor dit gedurfde kleurgebruik deed Jacques op tijdens zijn reizen door het Atlasgebergte en de woestijn. Hier zag hij de Berberse gewoonte om ramen en alkoven rondom blauw te schilderen. Het pigment dat de Berbers hiervoor gebruikten was kobaltoxide. Dat deze kleur nu de naam van een Fransman draagt, is feitelijk een fijn staaltje gebrek aan respect voor een eeuwenoude lokale traditie. Maar soit, wij gunnen het Jacques, want de wijze waarop hij de kleur toe heeft gepast is uniek, gedurfd en onvergetelijk mooi. Het visuele succes van Bleu Majorelle is overigens wel plaatsgebonden. Alleen in het harde licht van Marokko en als achtergrond voor een weelde aan subtropische planten, komt de kleur tot zijn recht. Don’t try this at home, dus, want u eindigt zeer waarschijnlijk met een lachwekkende pastiche. De hele compositie van deze tuin verraadt de hand van een kunstenaar. En de ironie wil dat de Jardin Majorelle wereldwijd beschouwd werd als Jacques’ meesterwerk. Zijn nogal conventionele schilderijen zijn vergeten.

www.jardinmajorelle.com. Tip: in de tuin vindt u een boutique. Geen toeristische rommel, maar prachtige juwelen en tassen, geborduurde kussens en de Jardin Majorelle kledinglijn, ontworpen door niemand minder dan Bernard Sanz - hij werkte voor YSL, Balmain


TEKST: Simone van Heiningen
Share |
Dit artikel is nog niet beoordeeld

Agenda highlights

03-05-12
MENEER VISSER
03-05-12
TE GAST
03-05-12
ALI WEIWEI
03-05-12
EYECATCHER
Meer »