DE VERHALEN VAN FG STIJL
14 april 2011 00:00
De interieurs van de Britse Colin Finnegan en de Nederlandse Gerard Glintmeijer staan regelmatig in de schijnwerpers. Zelf blijven ze liever op de achtergrond.
Achter elke keuze in een interieur, meestal luxe boutique hotels, restaurants en winkels, zit een verhaal. Zo stellen de eigenzinnige Engelse interieurarchitect Colin Finnegan en de Nederlandse conceptdesigner Gerard Glintmeijer zich voor dat in het Weense DO & CO hotel een vrouw in het restaurant ten huwelijk wordt gevraagd. Bezoekt zij na het dessert The Girls Powder Room, dan ziet zij een minuscuul ledlampje op haar ringvinger gericht, waardoor het juweel glinstert in het licht en de aanstaande bruid extra verguld is met haar ring. VoIgens de ‘Victor & Rolf’ onder de interior designers is de trouwzaal in Fort Malakoff, een onderdeel van Hyatt Regency in Mainz, de ideale trouwlocatie. Daarom hebben de lampen de vorm van een aureool en is in de rug van de stoelen een ruimte open-
gehouden, zodat de jurk van de bruid ook aan de achterkant te bewonderen is.
Hoe is het eigenlijk allemaal begonnen met het prijswinnende bureau uit Amsterdam? ‘We doen het gewoon,’ moeten Finnegan en Glintmeijer in 1998 gedacht hebben, drie jaar nadat zij FG stijl - inderdaad, met de ‘F’ verwijzend naar Finnegan en de ‘G’ naar Glintmeijer - oprichtten. Finnegan woonde na zijn studie interieurarchitectuur - ‘een extreem klassieke opleiding, met pracht, praal en pluche’- in Engeland nog niet zo lang in Nederland. Glintmeijer doorliep de hotelschool, werkte in hotels en deed de stylingacademie Artemis. De twee, die elkaar begin jaren negentig leerden kennen, ontdekten dat zij een passie deelden: restaurants en hotels ontwerpen en de gasten onderdompelen in een luxueuze omgeving. ‘Natuurlijk, de kantoren die we deden gaven ook voldoening, maar wij willen een groot publiek verrassen. Elke dag weer,’ vertelt Finnegan. En dus stelden zij eind jaren negentig een adressenlijst op van restaurants waarvan de keuken goed was, maar aan het interieur iets ontbrak. Ze besloten de stoute schoenen aan te trekken en stapten als eerste af op tweesterrenrestaurant Parkheuvel in Rotterdam.
De eigenaren van Parkheuvel, meesterchef Cees Helder en zijn vrouw Rosalie, wisten even niet met welk duo ze nou precies van doen hadden. Twee goed geklede jongemannen, de één met een charmant licht Engels accent, presenteerden hun plannen flitsend, met prachtige sfeercollages en gedetailleerde schetsen. Het Rotterdamse echtpaar gaf de twee het voordeel van de twijfel, en jawel, FG stijl mocht aan de slag. Het duo toverde het wat afstandelijke, interieur aan het water om tot een elegante ambiance, met een mix van créme- en bruintinten. Finnegan: ‘Voelden mensen zich er vroeger ongemakkelijk en ‘op chique’, - er werd alleen maar gefluisterd -, nu kwam het restaurant tot leven. Ineens zag je ontspannen, relaxte gasten en hoorde je het aangename geluid van genoeglijke gesprekken.’ Parkheuvel kreeg later, wellicht mede dankzij de restyling van FG stijl in 2003, zelfs een derde Michelinster. Ook de ster van het interior designbureau was rijzende. Finnegan en Glintmeijer konden hun wishlist opbergen. De telefoontjes van andere sterrenrestaurants kwamen vanzelf, en inmiddels heeft FG stijl vijf sterrenrestaurants op haar naam staan, waaronder het intieme, sobere Calla’s -favoriet onder koks en ministers-. Finnegan: ‘Van Cees Helder hebben we geleerd dat elk project, zoals in zijn restaurant elk bord, een visitekaartje moet zijn. Applaus moet je eerst verdienen. Je moet absoluut perfectionistisch zijn.’
FG stijl houdt kantoor op de eerste verdieping van een groot industrieel pand –Detroit- op een van de designeilanden in Amsterdam, met uitzicht over het IJ. Het kantoor oogt internationaal en opgeruimd. Op de achtergrond klinkt clubmuziek. Brandende kaarsen vullen de ruimte met een mystieke geur. De royale studio is verdeeld in meerdere ruimten en belevingen, die vloeiend in elkaar over lopen, net als in hun andere interieurs. Links een ontwerpstudio, helemaal in glanzend wit, met mannen en vrouwen, casual, hip gekleed, achter computerschermen. Ernaast een afgesloten stoffenkamer, en verderop nog een. ‘We zijn echt stoffenfanaten. Per project zoeken we nieuwe stoffen. We houden niet van ‘copy paste’ en zijn dus niet merktrouw.’ Her en der zijn meerdere zithoeken, met eigen ontworpen meubels. ‘We maken voor de meeste hotels en restaurants een eigen meubellijn. Voor de productie gaan we vaak naar Italië. We gebruiken altijd een mix van stoffen, zodat elke stoel, iedere bank uniek is,’ legt Finnegan uit.
Tegen de muren en als afscheidingswand staan open kasten. Hoog en laag. Vol met inspiratiebronnen. Zoals boeken en magazines over kunst, mode, reizen en interieurs. En materialen, gevonden op antiekmarkten of beurzen of opgestuurd door leveranciers uit binnen- en buitenland: een klein stukje stof, een edelsteen of een bijzondere knoop. ‘Kijk, dit porseleinen, langwerpige schaaltje met een golvend reliëf stond bijvoorbeeld model voor het ontwerp van de stucwand in The Dylan,’ vertelt Finnegan. Rechts, aan weerszijden van het kantoorbrede raam, staan de bureaus en tekentafel van Finnegan en Glintmeijer, uitkijkend over het IJ. Van het duo is Glintmeijer de sfeerbepaler. Finnegan is de architect. ‘Ik vertaal het gevoel dat Gerard heeft gevisualiseerd in collages of films in een plattegrond. Ik deel de ruimten in, bepaal de afmetingen, de routing. Elk project starten we gezamenlijk op, om vervolgens op ons eigen vakgebied weer onze gang te gaan. In het hele ontwerpproces, dat soms wel twee jaar duurt en waar miljoenen euro’s mee gemoeid gaan, borduren we voortdurend voort op elkaars vondsten.’
Vandaag leggen interieurarchitecten op kantoor hun laatste hand aan een ontwerp voor een particuliere opdracht -een vierduizend vierkantemeter grote villa in Nederland- en tien hotelkamers van The Dylan. Over dit Amsterdamse boutiquehotel ontfermde FG stijl zich in 2006 voor het eerst. ‘We zijn toen begonnen met openbare ruimtes, zoals bar Barbou, vernoemd naar Jean Baptiste Barbou die in 1722 de eerste steen legde van het monument, en de lounges Long Gallery en Ariana en de Josephine Salon. We wilden de geschiedenis betrekken bij het interieur en verbinden met de toekomst.’ En zo kreeg de lounge haar originele linnen wandbekleding terug, en combineerde FG stijl dat met een opvallend, lentegroene tapijt en zelf ontworpen meubels in de Long Gallery.
Het hotel dat echter voor de grote doorbraak van FG stijl zorgde was The College Hotel, een monumentaal gebouw in het chique Amsterdamse Oud-Zuid. Het hotel was nog geen half jaar open, of het won al ‘de Oscar’ in de wereld van hotelontwerpers: de Prix-Villégiature Paris voor ‘Best Hotel Interior Design in Europe’. Finnegan en Glintmeijer bemoeiden zich met het totale concept. ‘Dat is wat we het liefste doen. Vanaf het allereerste begin meedenken en een beleving creëren die klopt met de plek, de architectuur en geschiedenis van het gebouw. En met de mensen die er komen.’
geschiedenis van het gebouw: het monument was vroeger een school. Het interieur kreeg haar oorspronkelijke details terug, bijvoorbeeld in de plafonds. Het werd een mix van oranje tinten, Delfts blauw en technieken en effecten uit de Nederlandse 17e eeuw. FG stijl hield ook rekening met de chemie tussen de gast en de mensen die er werken; studenten van de middelbare Amsterdamse hotelschool. Ze worden in The College Hotel opgeleid. Finnegan: ‘Het interieur hebben we groots laten zijn, zodat studenten getriggerd worden om heel erg hun best te doen.’
Ook in de keuze van kleine details hield FG stijl rekening met deze filosofie. Zo kun je als gast wel de koks zien bewegen in de keuken, maar net niet op hun vingers kijken. En de verlichting bij de receptie helpt de studenten een actieve houding aan te nemen. Zou de gastvrouw bijvoorbeeld uitgezakt over de balie hangen, dan zorgt een bundel van licht ervoor dat zij snel naar achter deinst. Leunt zij te veel naar achteren, dan gebeurt hetzelfde. ‘We ontwerpen heel bewust voor mensen. Designed for people is ons credo en de titel van ons boek.’
Hoewel de opdrachten uit alle hoeken van de wereld komen, zijn Finnegan en Glintmeijer nog lang niet uitverteld. ‘Het blijft spannend ieder project een uniek interieur te geven. Daarin ligt onze uitdaging. We willen niet herkenbaar zijn aan een bepaalde stijl.’
www.fgstijl.nl
TEKST: Miluska van 't Lam FOTOGRAFIE: James Stokes en Bastiaan van Musscher (portret)
gehouden, zodat de jurk van de bruid ook aan de achterkant te bewonderen is.
Hoe is het eigenlijk allemaal begonnen met het prijswinnende bureau uit Amsterdam? ‘We doen het gewoon,’ moeten Finnegan en Glintmeijer in 1998 gedacht hebben, drie jaar nadat zij FG stijl - inderdaad, met de ‘F’ verwijzend naar Finnegan en de ‘G’ naar Glintmeijer - oprichtten. Finnegan woonde na zijn studie interieurarchitectuur - ‘een extreem klassieke opleiding, met pracht, praal en pluche’- in Engeland nog niet zo lang in Nederland. Glintmeijer doorliep de hotelschool, werkte in hotels en deed de stylingacademie Artemis. De twee, die elkaar begin jaren negentig leerden kennen, ontdekten dat zij een passie deelden: restaurants en hotels ontwerpen en de gasten onderdompelen in een luxueuze omgeving. ‘Natuurlijk, de kantoren die we deden gaven ook voldoening, maar wij willen een groot publiek verrassen. Elke dag weer,’ vertelt Finnegan. En dus stelden zij eind jaren negentig een adressenlijst op van restaurants waarvan de keuken goed was, maar aan het interieur iets ontbrak. Ze besloten de stoute schoenen aan te trekken en stapten als eerste af op tweesterrenrestaurant Parkheuvel in Rotterdam.
De eigenaren van Parkheuvel, meesterchef Cees Helder en zijn vrouw Rosalie, wisten even niet met welk duo ze nou precies van doen hadden. Twee goed geklede jongemannen, de één met een charmant licht Engels accent, presenteerden hun plannen flitsend, met prachtige sfeercollages en gedetailleerde schetsen. Het Rotterdamse echtpaar gaf de twee het voordeel van de twijfel, en jawel, FG stijl mocht aan de slag. Het duo toverde het wat afstandelijke, interieur aan het water om tot een elegante ambiance, met een mix van créme- en bruintinten. Finnegan: ‘Voelden mensen zich er vroeger ongemakkelijk en ‘op chique’, - er werd alleen maar gefluisterd -, nu kwam het restaurant tot leven. Ineens zag je ontspannen, relaxte gasten en hoorde je het aangename geluid van genoeglijke gesprekken.’ Parkheuvel kreeg later, wellicht mede dankzij de restyling van FG stijl in 2003, zelfs een derde Michelinster. Ook de ster van het interior designbureau was rijzende. Finnegan en Glintmeijer konden hun wishlist opbergen. De telefoontjes van andere sterrenrestaurants kwamen vanzelf, en inmiddels heeft FG stijl vijf sterrenrestaurants op haar naam staan, waaronder het intieme, sobere Calla’s -favoriet onder koks en ministers-. Finnegan: ‘Van Cees Helder hebben we geleerd dat elk project, zoals in zijn restaurant elk bord, een visitekaartje moet zijn. Applaus moet je eerst verdienen. Je moet absoluut perfectionistisch zijn.’
CLUBGEVOEL
Finnegan komt net terug van de opening van het Hyatt Regency in Düsseldorf, het meest recent ingerichte hotel van FG stijl. Glintmeijer verblijft voor opdrachten een paar maanden in het buitenland. In Shanghai rond hij een penthouse van drie verdiepingen af en in Vladivostok bezoekt hij één van de hotels die FG stijl onder haar hoede nam. Hij laat Finnegan niet alleen achter, want er werken dagelijks dertien, soms wel zestien mensen voor het bureau. Interieurarchitecten, stylisten, grafisch ontwerpers en assistenten. Finnegan: ‘Het is zoals met eb en vloed. In hectische tijden zijn we met zestien man, en anders met dertien.’FG stijl houdt kantoor op de eerste verdieping van een groot industrieel pand –Detroit- op een van de designeilanden in Amsterdam, met uitzicht over het IJ. Het kantoor oogt internationaal en opgeruimd. Op de achtergrond klinkt clubmuziek. Brandende kaarsen vullen de ruimte met een mystieke geur. De royale studio is verdeeld in meerdere ruimten en belevingen, die vloeiend in elkaar over lopen, net als in hun andere interieurs. Links een ontwerpstudio, helemaal in glanzend wit, met mannen en vrouwen, casual, hip gekleed, achter computerschermen. Ernaast een afgesloten stoffenkamer, en verderop nog een. ‘We zijn echt stoffenfanaten. Per project zoeken we nieuwe stoffen. We houden niet van ‘copy paste’ en zijn dus niet merktrouw.’ Her en der zijn meerdere zithoeken, met eigen ontworpen meubels. ‘We maken voor de meeste hotels en restaurants een eigen meubellijn. Voor de productie gaan we vaak naar Italië. We gebruiken altijd een mix van stoffen, zodat elke stoel, iedere bank uniek is,’ legt Finnegan uit.
Tegen de muren en als afscheidingswand staan open kasten. Hoog en laag. Vol met inspiratiebronnen. Zoals boeken en magazines over kunst, mode, reizen en interieurs. En materialen, gevonden op antiekmarkten of beurzen of opgestuurd door leveranciers uit binnen- en buitenland: een klein stukje stof, een edelsteen of een bijzondere knoop. ‘Kijk, dit porseleinen, langwerpige schaaltje met een golvend reliëf stond bijvoorbeeld model voor het ontwerp van de stucwand in The Dylan,’ vertelt Finnegan. Rechts, aan weerszijden van het kantoorbrede raam, staan de bureaus en tekentafel van Finnegan en Glintmeijer, uitkijkend over het IJ. Van het duo is Glintmeijer de sfeerbepaler. Finnegan is de architect. ‘Ik vertaal het gevoel dat Gerard heeft gevisualiseerd in collages of films in een plattegrond. Ik deel de ruimten in, bepaal de afmetingen, de routing. Elk project starten we gezamenlijk op, om vervolgens op ons eigen vakgebied weer onze gang te gaan. In het hele ontwerpproces, dat soms wel twee jaar duurt en waar miljoenen euro’s mee gemoeid gaan, borduren we voortdurend voort op elkaars vondsten.’
Vandaag leggen interieurarchitecten op kantoor hun laatste hand aan een ontwerp voor een particuliere opdracht -een vierduizend vierkantemeter grote villa in Nederland- en tien hotelkamers van The Dylan. Over dit Amsterdamse boutiquehotel ontfermde FG stijl zich in 2006 voor het eerst. ‘We zijn toen begonnen met openbare ruimtes, zoals bar Barbou, vernoemd naar Jean Baptiste Barbou die in 1722 de eerste steen legde van het monument, en de lounges Long Gallery en Ariana en de Josephine Salon. We wilden de geschiedenis betrekken bij het interieur en verbinden met de toekomst.’ En zo kreeg de lounge haar originele linnen wandbekleding terug, en combineerde FG stijl dat met een opvallend, lentegroene tapijt en zelf ontworpen meubels in de Long Gallery.
Het hotel dat echter voor de grote doorbraak van FG stijl zorgde was The College Hotel, een monumentaal gebouw in het chique Amsterdamse Oud-Zuid. Het hotel was nog geen half jaar open, of het won al ‘de Oscar’ in de wereld van hotelontwerpers: de Prix-Villégiature Paris voor ‘Best Hotel Interior Design in Europe’. Finnegan en Glintmeijer bemoeiden zich met het totale concept. ‘Dat is wat we het liefste doen. Vanaf het allereerste begin meedenken en een beleving creëren die klopt met de plek, de architectuur en geschiedenis van het gebouw. En met de mensen die er komen.’
DESIGNED FOR PEOPLE
Het duo voert hun gedachtegoed door tot in de kleinste details. ‘Van het servies en de muziek, tot aan de cocktails die er geschonken worden. The College Hotel was het eerste hotel waarin we dit konden laten zien.’ Finnegan en Glintmeijer maakten van het hotel een eerbetuiging aan het rijke, ambachtelijke Hollandse erfgoed. Zij lieten zich inspireren door degeschiedenis van het gebouw: het monument was vroeger een school. Het interieur kreeg haar oorspronkelijke details terug, bijvoorbeeld in de plafonds. Het werd een mix van oranje tinten, Delfts blauw en technieken en effecten uit de Nederlandse 17e eeuw. FG stijl hield ook rekening met de chemie tussen de gast en de mensen die er werken; studenten van de middelbare Amsterdamse hotelschool. Ze worden in The College Hotel opgeleid. Finnegan: ‘Het interieur hebben we groots laten zijn, zodat studenten getriggerd worden om heel erg hun best te doen.’
Ook in de keuze van kleine details hield FG stijl rekening met deze filosofie. Zo kun je als gast wel de koks zien bewegen in de keuken, maar net niet op hun vingers kijken. En de verlichting bij de receptie helpt de studenten een actieve houding aan te nemen. Zou de gastvrouw bijvoorbeeld uitgezakt over de balie hangen, dan zorgt een bundel van licht ervoor dat zij snel naar achter deinst. Leunt zij te veel naar achteren, dan gebeurt hetzelfde. ‘We ontwerpen heel bewust voor mensen. Designed for people is ons credo en de titel van ons boek.’
MUZES
Een vrouw vormt altijd het startpunt, laat Finnegan zien in een presentatie, verpakt in een prachtige kartonnen FG stijl box. Hij tilt het deksel op en haalt de strik en het vloeipapier los –‘zo presenteren we altijd onze ideeën’-. Er komt een grote foto tevoorschijn van een elegante, zelfbewuste blonde vrouw, tot in de puntjes gestyled. Eronder ligt een stapel collages en schetsen. ‘Deze Gucci-girl was onze muze voor het Hyatt Regency in Düsseldorf.’ Voor een hotel in Vladivostok is dat een mysterieuze, donkere, glamoureuze vrouw. Een moderne versie van Marilyn Monroe inspireerde het duo voor een nog geheime locatie ergens in Europa. ‘Kies je de juiste vrouw, dan volgt de juiste man vanzelf.’ We vragen ons altijd af: Wat draagt ze? Hoe voelt zij zich? Wat zijn haar dromen? Vervolgens creëren we een hele beleving rondom haar. Elke keuze in het ontwerpproces, checken we altijd aan dit referentiepunt, zodat verhaal dat we met het interieur willen vertellen klopt.’Hoewel de opdrachten uit alle hoeken van de wereld komen, zijn Finnegan en Glintmeijer nog lang niet uitverteld. ‘Het blijft spannend ieder project een uniek interieur te geven. Daarin ligt onze uitdaging. We willen niet herkenbaar zijn aan een bepaalde stijl.’
www.fgstijl.nl
TEKST: Miluska van 't Lam FOTOGRAFIE: James Stokes en Bastiaan van Musscher (portret)
Beoordeling: 3
(2 beoordelingen)
Agenda highlights
03-05-12
MENEER VISSER
03-05-12
EVEN BINNEN LOPEN
03-05-12
TE GAST
03-05-12
ALI WEIWEI
03-05-12
EYECATCHER



