HET GELUK VAN BEATRIX KLEUVER
14 september 2011 17:00
Ze is de grande dame van de country chic. Toch is Beatrix Kleuver wars van tot in de puntjes gedecoreerde landhuizen. ‘Een huis hoeft niet perfect te zijn.’
Het is even slingeren door het Veluwse coulisselandschap voordat Beekwold opdoekt, het landgoed dat door Beatrix Kleuver en haar man Geert alweer meer dan twintig jaar geleden is opgericht. Het moest een echt buiten worden, met paarden, schapen, pauwen, katten en een hond. Ook het landhuis op het groene domein ontwierp de interior decorator zelf. Het kreeg een oude uitstraling, geënt op de authentieke voorhuizen van boerenbedrijven in de omgeving. Een lange laan met opgroeiende beukenbomen brengt ons ernaartoe.
speciaal voor mij gemaakt’ – en een blouse van Ralph Lauren. In de hal, volgens Beatrix het visitekaartje van haar huis, verklaart zij: ‘Ik zat om zeven uur vanmorgen al op het paard.’ Haar hoge rijlaarzen heeft zij voor nu even ingeruild voor witte Hogans. ‘Die schijnen helemaal chic te zijn, hoorde ik van mijn nichtje’, lacht de elegante interior decorator, terwijl zij een inkijkje geeft in de andere vertrekken. Het huis heeft een doorleefde uitstraling. De vertrekken hebben poederachtige tinten en rijk gestoffeerde ramen, banken en stoelen. In antieke kasten staan bijzondere objecten, in de loop van de jaren verzameld. Aan de muren hangt negentiende-eeuwse kunst. ‘Ik waardeer moderne kunst, maar het past niet bij mijn sfeer. In veel gevallen is het te prominent aanwezig en lijkt het net alsof ik die meneer of mevrouw op bezoek heb. Bovendien weet ik er te weinig van.’ De kunst in huis is de ene keer een familieportret, dan weer een aquareltekening of een afbeelding van een jachttafereel. Dol is Beatrix, te zien aan de vele boeketten, op bloemen. ‘Zonder bloemen of groen leeft een huis voor mij niet. Elke vrijdag maak ik verse boeketten.’
Beatrix groeide op in Oost-Nederland. ‘Nog geen zeven kilometer hiervandaan. Ik ben veel op pad en vind hier mijn rust.’ Beekwold ligt in een historisch natuurgebied en staat bekend als het laatste oerbos van Nederland. De Vereniging natuurmonumenten heeft het gebied zo’n dertig jaar geleden in ere hersteld, nadat het in 1871 door ontginning verloren ging. ‘Natuurlijk hadden we ook kunnen kiezen voor het chique Apeldoorn-Noord, maar we wonen liever tussen de boeren.’
Hoe gaat Beatrix te werk als interior decorator? ‘Het begint met goed luisteren. De kunst is een interieur te creëren waarin de bewoners zich thuis voelen, met alles wat zij meebrengen uit hun verleden, hoe moeilijk dat ook te combineren lijkt. Zo trof ik eens een dierbare verzameling objecten, die eigenlijk meer kitsch was dan kunst. Ik heb ze bij elkaar gebracht en er een speciale zuil voor laten metselen, waarin elk item een plek kreeg; een soort rariteitenkabinet.’ Na een gesprek en een bezoek aan het huis, heeft Beatrix al snel voor ogen wat past bij de bewoners. ‘Dat laat ik zien op moodboards en in driedimensionale tekeningen. Dat werkt heel goed. Een afschuwelijke hekel heb ik aan perfect ingerichte huizen, aan huizen zonder ziel. Mensen wonen na mijn komst niet plotseling in een interieur van mevrouw Kleuver. Met de komst van een nieuwe generatie interior designers, die een huis in één klap een andere uitstraling geven, zijn mensen bereid hun identiteit weg te gooien om die jongens te volgen. Het lijkt wel alsof het echte vak, het ambacht van zelf draperieën en hemelbedden maken aan het uitsterven is.’
echtpaar, wil de moderne kunst behouden, maar het interieur mag een meer doorleefde sfeer krijgen.’ Steeds vaker combineert Beatrix interieuropdrachten met het ontwerp van de tuin.
‘Samen vormen ze in mijn ogen één geheel. Van de tien huizen die ik inricht, mag ik me zes keer ook met de tuin bemoeien.’ Achter de schermen werkt zij aan het vervolg van haar boek Country Chic. Dit boek gaf zij twee jaar geleden uit met Terra Lannoo. Beschreef zij hierin landhuizen en heritages van ontwerpers als Laura Ashley en William Morris, nu wordt het een boek over ‘passie voor the past’. ‘In mijn eigen leven heeft het me lange tijd gefrustreerd dat ik het gevoel had ‘alleen maar mooie plaatjes te scheppen’. Inmiddels is wetenschappelijk bewezen dat de wereld juist gelukkig en beter wordt van schoonheid. Daarom vind ik het ook zo verschrikkelijk dat er in Nederland bezuinigd gaat worden op cultuur en kunst. Moet je eens kijken wat mensen als Helene Kröller-Müller hebben betekend. Kunst is niet alleen voor de happy few, maar van alle niveaus. Het geeft mensen de kans zich te uiten en hun blikveld te verruimen. Dat is reusachtig belangrijk. Ja, ik voel me ook een artistiekeling. Ook ik schep steeds weer nieuwe dingen, waardoor mensen zich gelukkig voelen. En daarin leg ik heel mijn ziel.’
TEKST: Miluska van ’t Lam FOTOGRAFIE: Marc en Sunna van Praag, Jan Verlinde
DOORLEEFDE UITSTRALING
Beatrix doet open, zoals we haar kennen; energiek, naturel opgemaakt en gekleed in een paardrijbroek – ‘die wordenspeciaal voor mij gemaakt’ – en een blouse van Ralph Lauren. In de hal, volgens Beatrix het visitekaartje van haar huis, verklaart zij: ‘Ik zat om zeven uur vanmorgen al op het paard.’ Haar hoge rijlaarzen heeft zij voor nu even ingeruild voor witte Hogans. ‘Die schijnen helemaal chic te zijn, hoorde ik van mijn nichtje’, lacht de elegante interior decorator, terwijl zij een inkijkje geeft in de andere vertrekken. Het huis heeft een doorleefde uitstraling. De vertrekken hebben poederachtige tinten en rijk gestoffeerde ramen, banken en stoelen. In antieke kasten staan bijzondere objecten, in de loop van de jaren verzameld. Aan de muren hangt negentiende-eeuwse kunst. ‘Ik waardeer moderne kunst, maar het past niet bij mijn sfeer. In veel gevallen is het te prominent aanwezig en lijkt het net alsof ik die meneer of mevrouw op bezoek heb. Bovendien weet ik er te weinig van.’ De kunst in huis is de ene keer een familieportret, dan weer een aquareltekening of een afbeelding van een jachttafereel. Dol is Beatrix, te zien aan de vele boeketten, op bloemen. ‘Zonder bloemen of groen leeft een huis voor mij niet. Elke vrijdag maak ik verse boeketten.’
OOSTERSE NUCHTERHEID
Via de openslaande deuren in de tuinkamer, gaat de vrouw des huizes ons voor naar een van de terrassen. Hier geen Wedgwood-theekoppen, petitfours of pastelkleurige macarons van Ladurée, maar een grote koffiekan en oer-Hollandse ontbijtkoek, nog in de rode, krakerige verpakking. Het tekent de interior decorator, die zich even gemakkelijk begeeft in de door haar geschapen wereld van country chic, als tussen ‘de jongens op de bouw’. Regelmatig staat zij met hen op de bouwplaats, voor projecten in Nederland en België. Met haar flair, doortastendheid en flinke dosis zelfspot durft zij overigens gerust ‘een bouwtekening op zijn kop te zetten’. ‘Zodat het huis weer klopt.’Beatrix groeide op in Oost-Nederland. ‘Nog geen zeven kilometer hiervandaan. Ik ben veel op pad en vind hier mijn rust.’ Beekwold ligt in een historisch natuurgebied en staat bekend als het laatste oerbos van Nederland. De Vereniging natuurmonumenten heeft het gebied zo’n dertig jaar geleden in ere hersteld, nadat het in 1871 door ontginning verloren ging. ‘Natuurlijk hadden we ook kunnen kiezen voor het chique Apeldoorn-Noord, maar we wonen liever tussen de boeren.’
EIGEN IDENTITEIT
Het was Beatrix Kleuver zelf die Nederland leerde kennismaken met de stijl van country chic. Via de tuinen die zij ontwierp (‘ik heb het vak geleerd bij tuinarchitect Rob Herwig’), de fairs die zij organiseerde en de magazines die zij uitgaf over tuinen en het buitenleven. Jong en oud vielen voor haar doorleefde stijl van het pure, maar tegelijk rijk aangeklede buitenleven. Plotseling kwam er een einde aan alle hectiek, toen Beatrix haar organisatiebureau en magazines verkocht. Toen bovendien haar moeder en zwager overleden, voelde zij zich geroepen om iets voor anderen te doen. ‘Hun verlies was een grote klap.’ Beatrix ontfermde zich over een vrijwilligersproject in Beekbergen. ‘Voor een zorginstelling legde ik samen met tuinarchitecten als Bart Hoes, Dick Beijer, Piet Oudolf en Menno Kroon siertuinen aan. Ik ontwikkelde het basisplan en coördineerde en regelde alles. Dit project staat momenteel model voor de zorg. Toch besloot ik op goed moment, nu zeven jaar geleden, mijn oude liefde te volgen: het inrichten van huizen.Hoe gaat Beatrix te werk als interior decorator? ‘Het begint met goed luisteren. De kunst is een interieur te creëren waarin de bewoners zich thuis voelen, met alles wat zij meebrengen uit hun verleden, hoe moeilijk dat ook te combineren lijkt. Zo trof ik eens een dierbare verzameling objecten, die eigenlijk meer kitsch was dan kunst. Ik heb ze bij elkaar gebracht en er een speciale zuil voor laten metselen, waarin elk item een plek kreeg; een soort rariteitenkabinet.’ Na een gesprek en een bezoek aan het huis, heeft Beatrix al snel voor ogen wat past bij de bewoners. ‘Dat laat ik zien op moodboards en in driedimensionale tekeningen. Dat werkt heel goed. Een afschuwelijke hekel heb ik aan perfect ingerichte huizen, aan huizen zonder ziel. Mensen wonen na mijn komst niet plotseling in een interieur van mevrouw Kleuver. Met de komst van een nieuwe generatie interior designers, die een huis in één klap een andere uitstraling geven, zijn mensen bereid hun identiteit weg te gooien om die jongens te volgen. Het lijkt wel alsof het echte vak, het ambacht van zelf draperieën en hemelbedden maken aan het uitsterven is.’
PASSIE VOOR THE PAST
Terwijl haar leven zich volgens Beatrix nu in een compleet ander tempo afspeelt dan toen zij begon, ontfermt zij zich nog steeds over meerdere projecten tegelijk. Zoals de Slovaakse ambassade in Den Haag – ‘die is net afgerond’ − , een herenboerderij in het oosten van het land en een ‘immens groot’ landgoed in België – ‘deze week komen de tuinbeelden’−. Ook is zij net begonnen aan een huis met veel moderne kunst. ‘De bewoners, een jongechtpaar, wil de moderne kunst behouden, maar het interieur mag een meer doorleefde sfeer krijgen.’ Steeds vaker combineert Beatrix interieuropdrachten met het ontwerp van de tuin.
‘Samen vormen ze in mijn ogen één geheel. Van de tien huizen die ik inricht, mag ik me zes keer ook met de tuin bemoeien.’ Achter de schermen werkt zij aan het vervolg van haar boek Country Chic. Dit boek gaf zij twee jaar geleden uit met Terra Lannoo. Beschreef zij hierin landhuizen en heritages van ontwerpers als Laura Ashley en William Morris, nu wordt het een boek over ‘passie voor the past’. ‘In mijn eigen leven heeft het me lange tijd gefrustreerd dat ik het gevoel had ‘alleen maar mooie plaatjes te scheppen’. Inmiddels is wetenschappelijk bewezen dat de wereld juist gelukkig en beter wordt van schoonheid. Daarom vind ik het ook zo verschrikkelijk dat er in Nederland bezuinigd gaat worden op cultuur en kunst. Moet je eens kijken wat mensen als Helene Kröller-Müller hebben betekend. Kunst is niet alleen voor de happy few, maar van alle niveaus. Het geeft mensen de kans zich te uiten en hun blikveld te verruimen. Dat is reusachtig belangrijk. Ja, ik voel me ook een artistiekeling. Ook ik schep steeds weer nieuwe dingen, waardoor mensen zich gelukkig voelen. En daarin leg ik heel mijn ziel.’
TEKST: Miluska van ’t Lam FOTOGRAFIE: Marc en Sunna van Praag, Jan Verlinde
Beoordeling: 9,5
(2 beoordelingen)
Agenda highlights
03-05-12
MENEER VISSER
03-05-12
EVEN BINNEN LOPEN
03-05-12
TE GAST
03-05-12
ALI WEIWEI
03-05-12
EYECATCHER



