BOHEMIAN RHAPSODY

12 januari 2012 17:03
Als Sascha Faase aan een ontwerp begint, creëert zij eerst flink wat chaos. Gegrepen door een stof of patroon gaat zij op zoek naar de juiste toon, net zo lang totdat zij vindt wat zij zoekt: een gewaagd en persoonlijk interieur.
Al bij het overstappen van de drempel in het elegante Bloemendaalse huis van Sascha Faase is haar liefde voor interieur voelbaar. Op de grond liggen rollen behang en stoffenstalen. In beige tinten en bont gekleurd. We zien Hermès, veel Madeline Weinrib –‘een van mijn favorieten’- en Rubelli en namen van nog onbekende, jonge, talentvolle ontwerpers. ‘Vooral ontwerpers uit de Verenigde Staten die nog niet door een agent vertegenwoordigd zijn in Nederland, zijn voor mij de krenten uit de pap. Ik ben continue op zoek naar ‘what’s next’, maar tegelijkertijd wil ik tijdloos inrichten.’ Sascha volgt de ontwikkelingen dan ook op de voet. Her en der liggen internationale interieurtijdschriften. ‘Ik lees ook graag blogs.’ Tegen de muur staan inspirerende moodboards en in hoge boekenkasten spotten we de meest kekke boeken over wonen, iconische ontwerpers, fashion en kunst. Toch is het nog niet zo heel lang geleden dat Sascha als interior designer begon, met de ambitie mensen te navigeren in het proces naar een ‘persoonlijk en gewaagd interieur’. ‘Ik wil mensen helpen een oog te ontwikkelen. ‘Ga eens kijken. Verdiep je in het verhaal of ambacht achter een goed ontwerp en in de liefde waarmee dingen gemaakt worden. Luxe zit hem in goed ambacht. Ik merk dat bij steeds meer mensen dat besef aan het doordringen is.’

Ommezwaai
‘Toen we hier naar toe verhuisden met onze kinderen (twee zonen, Dante van 9 en Tammes van 7, red.), besloot ik dat dát het moment moest zijn waarop ik het roer zou omgooien.’ Sascha werkte toen nog bij de Nederlandse Programma Stichting. ‘Ik produceerde dramaproducties en kunstprogramma’s, zoals dansfilms en live talkshows over kunst. Dat heb ik twaalf jaar gedaan. Het was een echte regelfunctie, een ervaring die me nu natuurlijk goed van pas komt. Als producer ben je een spin in het web en knoop je alle disciplines aan elkaar. Het laatste programma dat ik maakte was de voorganger van Kunststof TV.’ Toch stonden alle vrije uren van Sascha toen al in het teken van interieur. ‘Interieur is altijd mijn passie geweest.’ Lachend: ‘Mijn moeder droomde zelfs over een toekomst als stoffenontwerper voor mij.’ Een bevriende interior designer wijdde Sascha in de interieurwereld in. ‘We bezochten alle grote beurzen, van Maison & Objet in Parijs tot Decorex in Londen. Ik leerde alle agenten kennen. Ook heb ik nog even een korte opleiding aan de stylingacademie Vogue in Amsterdam gevolgd. Maar het meest heb ik geleerd van alle gesprekken en van mijn eigen verdieping in het vak. Als ik nu jong was en opnieuw een opleiding zou mogen kiezen, had ik me na mijn au pair-tijd in Parijs ingeschreven voor een designopleiding in Londen. Het is zo belangrijk om oog te hebben voor je talenten en die te ontwikkelen. Daarin hoop ik mijn kinderen later echt te kunnen stimuleren.’

Landhuis tot museum
Sascha maakte een vliegende start. ‘Even overwoog ik me bij iemand aan te sluiten. Maar daar ben ik waarschijnlijk toch te eigenwijs voor. Van deze beslissing heb ik geen seconde spijt gehad. Ik leer elke dag. Ook van mijn klanten, die mij vooral via via kennen. Bijna allemaal gezinnen van mijn eigen leeftijd. Ik betrek ze bij vrijwel elke stap in de planvorming; neem ze mee naar Londen en laat ze alle vormen, materialen en kleuren ervaren. De samenwerking is heel intensief. Stel je voor, ik stap zo maar in hun leven, en zij ook in dat van mij. Soms ontstaan er daardoor hechte vriendschappen.’ Vanaf de allereerste dag kreeg de kersverse interior designer al grote projecten onder haar hoede. Van een restaurant in Amsterdam tot een nieuw te bouwen herenhuis in Breda. ‘Ik wilde iets toevoegen. Nederland woonde voor mijn gevoel best uniform. Bijna showroomachtig en soms wat mannelijk. Er was weinig lef. Gelukkig is dat aan het veranderen. De interieurs mogen weer spannend en persoonlijk zijn. Eigenlijk net zoals vroeger. Denk aan Sister Parish (een excentrieke Amerikaanse binnenhuisarchitect en socialite, 1910-1994, die bekendheid kreeg met haar Yellow Oval Room in het Witte Huis, red). Haar combinaties van patronen en kleuren zijn nog steeds actueel.’
De inrichting van een arts & craft landhuis in de bossen van Overveen en het museum Willet Holthuysen zijn nog maar enkele voorbeelden van recente projecten. ‘Het museum maakt deel uit van het Amsterdam Historisch Museum. We maken een ontwerp voor het souterrain, dat een modern antwoord zal worden op de stijlkamers op de verdiepingen.’

Beelddenker
Een patroon, vloerkleed of kleur is vaak het startpunt van haar interieurs. ‘Ik heb meestal wel een eerste ingeving. Ik raak geïnspireerd door een kunstwerk, de stijl van het gebouw of door de mensen die er wonen. Ik laat me verrassen door het beeld dat ik zie.’ In Doorn, een van haar huidige projecten, waren dat bijvoorbeeld de kleuren lila en aqua. ‘De vrouw des huizes vertelde dat zij zich bij die kleuren prettig voelde.’ Bij een ander huis, vlakbij het Amsterdamse Vondelpark, was het juist de stijl van het huis die de interior designer op een visueel spoor zette. ‘Het huis heeft een jaren dertig stijl met art deco-invloeden, waarvoor architect Thomas Geerlings van het Amsterdamse Framework Architecten een uitstekende basis heeft gelegd.’ Als vanzelf ontstond er een Franse, elegante sfeer. ‘Het Parijs-chique van jaren veertig. Ik kijk dus zeker als eerste naar de hardware, maar uiteindelijk zijn mijn interieurs herkenbaar aan de plek die decoratie, de soft furnishing, inneemt. Ik kijk eerst naar de sfeer. Welke tafeltje of welke stoel er uiteindelijk komen te staan, is in het begin nog eigenlijk helemaal niet zo belangrijk. Door afwisseling te zoeken in textuur en kleur, probeer ik diepte te geven aan een interieur.’ Lachend: ‘Hoewel, niet een huis is hetzelfde. Want hoe graag ik ook met behang of wandbespanning werk, in het huis in Amsterdam is geen behang te vinden en is gekozen voor louter ton-sur-ton tinten. Toch is het gedecoreerd. Geen een muur of kozijn is er wit en de stoffen, kunst en bijzondere lampen maken het af. Ik ga net zo lang door totdat ik de juiste toon vind. Ik kan daar ’s nachts gerust wakker van worden. Vind ik waar ik naar zocht, zoals in dit huis een stof van Oscar de la Renta of een bijzonder detail waardoor een ontwerp haute couture wordt, dan geeft me dat echt een geweldig gevoel.’

‘Mijn eigen stijl? Ik hou van mooi en comfortabel, maar niet pretentieus. Ik zoek de harmonie, maar er moet altijd iets verrassends zijn. In het landhuis in Overveen krijgt een van de kamers een behang van vintage bananenbladeren, terwijl alle andere vertrekken heel stijlvast zijn. En in het toch was klassiekere jaren dertig huis in Doorn koos ik voor het extreme Smarties vloerkleed van The Rug Company, maar ook Neisha Crosland-behang. Juist die controverses maken het spannend. Een interieur moet niet te kloppend zijn.’ Als het aan Sascha ligt, mogen we haar stijl over niet al te lange tijd bewonderen in haar nieuwe studio. ‘Ja, die komt er, misschien dit jaar nog en heel waarschijnlijk zelfs in de bossen. Ik wil mensen daar laten zien wat ik mooi vind. Je zult er invloeden tegenkomen van David Hicks, ik ben dol op zijn geometrische patronen, Kelly Wearstler, maar ook van de meer fijngevoelige Muriel Brandolini. Zij mixt Vietnamese dessins met eigen ontwerpen en Franse elegantie en legt laag op laag in een interieur. Lachend: ‘Het klinkt misschien als een cliché, maar mijn studio is mijn canvas waarop ik experimenteer en anderen hopelijk mee kan inspireren.’

Share |
Dit artikel is nog niet beoordeeld

Agenda highlights

03-05-12
MENEER VISSER
03-05-12
TE GAST
03-05-12
ALI WEIWEI
03-05-12
EYECATCHER
Meer »