12 mei 2020

Tuin- en landschapsarchitect Piet Oudolf

piet oudolf, tuin, ontwerp, architect, outdoor, garden
De Gardens of Remembrance en de High Line in New York, de Durslade Farm in het Engelse Bruton, de Lurie Garden in Chicago, het zijn slechts enkele van de vele prestigieuze ontwerpen van tuinarchitect Piet Oudolf. Vooral in het buitenland is Oudolf een grootheid.

U bent 75 jaar, maar drukker dan ooit, zo lijkt het wel.
‘Ja, dat klopt. Vorig jaar was het ook weer overdreven druk. Ik probeer het wel terug te draaien,
maar het komend jaar zit alweer helemaal vol.’

Onlangs was u nog op Menorca. Wat heeft u daar gedaan?
‘Ik ben bezig een tuin te maken rondom een nieuwe galerie van Hauser & Wirth, een belangrijke klant van me.
Het is een van de grootste galeries ter wereld, ze hebben vestigingen op meerdere locaties en ik doe alle tuinen
van de Europese vestigingen. We kennen elkaar goed, de samenwerking is prettig, het klikt.’



Waarom gaan uw tuinen en kunst zo goed samen?
‘Ik ben erachter gekomen, en dat klinkt misschien raar, dat kunstenaars mij zien als een kunstenaar in plaats van
een tuinontwerper of -architect. Ik wil niet onbescheiden zijn, maar dat geeft me een goed gevoel. Ik werk graag
in de wereld van de kunst. Het komt mijn werk ten goede.’

Planten zijn voor u wat verf is voor een schilder…
‘Planten zijn een manier om mezelf uit te drukken. Dat is altijd al geweest. Ik ben begonnen als een kweker die
tuinen ging maken. In de jaren tachtig was ik al bezig om tuinen op een andere manier in te richten, om weg te
gaan van het dogmatische denken dat je bepaalde dingen in een tuin moet doen, terwijl dat helemaal niet hoeft.
Het ontwerpen zoals ik doe, is een manier om me gelukkig te voelen. Een ontwerp begint altijd met een idee over
de planten. Het is een compositie, een puzzel.’

Planten hebben allemaal een eigen groeifase, dat lijkt me lastig bij die puzzel.
‘Je moet natuurlijk de planten kennen. We hebben dertig jaar een kwekerij gehad, waar we het konden uitproberen,
dat is een enorm voordeel. Dat leerproces van dertig jaar kan het alleen maar beter maken.’

Uw naam staat synoniem aan ‘wilde tuin’. Was het dak van de parkeergarage,
de Lurie Garden, uw eerste wilde tuin?

‘Het idee van de wilde tuin is in de jaren tachtig ontstaan, toen ik samenwerkte met Henk Gerritsen. Het idee
van het decoratieve hebben we toen al losgelaten. Van een meer gecultiveerde tuin groeiden we naar een tuin
met grassen en natuurlijk ogende planten, waardoor de tuin een spontanere uitdrukking kreeg. Dat noem je wild,
maar het is natuurlijk niet wild, het zijn nog steeds tuinen.’

Het mag wild lijken, maar niet wild zijn.
‘Precies, een tuin is per definitie iets dat je controleert. Anders verloopt het, verwatert het. Je moet het dus wel
in toom houden. Wat in de loop der jaren wel is ontstaan, is dat het wat wilder mag gaan lijken. Mensen zijn de
verschillende stadia van planten, alle aspecten van verloop, meer gaan waarderen.’

Wat u betreft zit er schoonheid in verval.
‘Dat heb ik altijd al gevonden. Planten in het zaad vind ik net zo mooi als planten in bloei. Soms minder schreeuwend,
maar wel meerzeggend. Het hangt van de plant af, maar schoonheid zit vaak in de structuur, in de zaden en in de
verkleuringen en verval. Als het zaad wordt weggepikt door de vogels blijft bij sommige planten de zaadkegel over,
dat kan ook heel mooi zijn. Je moet eigenlijk leren kijken en met die informatie tuinieren.’

U praat over planten alsof het mensen zijn.
‘Het zijn wel karakters, ja. Performers. Elke plant heeft zijn eigen karakter, zijn eigen levenscirkel. Ook wat hij doet
met andere planten, in gezelschap van anderen. Dat vind ik mooi. Ik heb geen favoriete plant, dat wordt me vaak
gevraagd. Het zijn er te veel om er een te kunnen noemen. Er zijn natuurlijk duizenden verschillende soorten planten.
Als ontwerper heb ik genoeg aan een paar honderd om mee te werken.’



Wat is voor u een goede tuin?
‘Het gaat erom wat je voelt als je er binnenkomt. Het moet iets met je doen. Ik probeer altijd een totaalbeeld te
scheppen van een ambiance waarin je je prettig voelt. Het gaat niet zozeer om specifieke planten, meer om de sfeer.
Daarbij is elk seizoen belangrijk. Als de zomerbloeiers uitgebloeid zijn, moet dat worden opgevangen door planten
die in zaad komen, planten die goed blijven, die niet helemaal wegvallen na de eerste nachtvorst. De structuur van
een tuin moet ook overeind blijven in het najaar. In elk seizoen moet het het waard zijn om te kijken. En als je na
een jaar de planten weer ziet, is dat als een weerzien met goede vrienden.’

Bent u een fan van siergrassen?
‘Ik gebruik ze veel, omdat ik vind dat ze thuishoren in een beplanting. Ze kunnen sterke kleuren zachter maken en
ze hebben een soort losheid, waardoor ze een wilde indruk aan een tuin geven. Ze zijn dus belangrijk voor een
dynamisch aspect van de tuin.’

In het buitenland bent u veel beroemder dan in eigen land. Hoe komt dat?
‘Ik heb veel dingen gedaan in het buitenland, omdat ze daar wel zagen wat ze hier niet zagen. Ik ben in Noord-Amerika
door een aantal openbare tuinen, zoals de Lurie Garden in Chicago en de High Line in New York, heel bekend
geworden. Het zijn tuinen die van een wildernis in een gecultiveerde wildheid zijn getransformeerd. Ik heb er tuinen
gemaakt waarbij zeventig procent van de planten inheems was. Amerikanen vinden het interessant dat ik die gebruik.’

Ontwerpt u ook voor particulieren?
‘Zelden. Ik heb zoveel werk, dat openbare opdrachten mijn voorkeur hebben. Dan kan ik mijn werk delen met meer
mensen. Ik vind het een toevoeging om een groter publiek te kunnen laten zien welke toepassingen je met planten
kunt doen. Dat doe ik met planten die meer zeggen dan wat je normaal in een park ziet. Niet alleen een toevoeging,
misschien zelfs ook wel opvoeding: mensen de ogen openen. Hen laten zien wat ze nog niet kenden. De plantenwereld
is zoveel rijker dan een park met gras en wat heesters en bomen. Die beleving vind ik veel belangrijker dan dat ik een
particuliere tuin maak, dan maak je slechts een gezin gelukkig.’


Dit artikel is gepubliceerd in Residence No. 4, verkrijgbaar online.

Credits
/ Fotografie: Courtesy Piet Oudolf
/ Tekst: Ellen Leijser


Zoek uw toplocatie

Direct naar woning

AERDENHOUT
€ 2.695.000 k.k.
1/6
Kapellen
€ 3.650.000 k.k.
2/6
LAREN NH
€ 2.695.000 k.k.
3/6
DOORN
€ 2.675.000 k.k.
4/6
WASSENAAR
€ 3.500.000 k.k.
5/6
ROCKANJE
Prijs op aanvraag
6/6

Nu in Residence

IN RESIDENCE #9 Salon
  • 5 interieurs van NEDERLANDSE designers
  • MASTERCLASS styling
  • HOTSPOTS in de hoofdstad
  • Art nouveau en fotografie

Meest bekeken

ZALK
€ 550.000
1/5
NIGTEVECHT
€ 1.050.000
2/5
BAARN
€ 895.000
3/5
LEENS
€ 650.000
4/5
DOKKUM
€ 795.000
5/5

Nieuw aanbod

Sternlaan 31
KAMPERLAND
€ 1.595.000 k.k.
Zwaanweg 12
KOUDEKERKE
Prijs op aanvraag
Kerkplein 5-5a
BIGGEKERKE
Prijs op aanvraag