27 februari 2014

Interior designer: Ruud van Oosterhout

Modisch Oog

Interior designer Ruud van Oosterhout
Eigenlijk wilde Ruud van Oosterhout modeontwerper worden. Totdat hij proefde van de interieurwereld. Tijdens Tefaf Maastricht geeft Van Oosterhout een masterclass.

Ruud van Oosterhout ontmoeten? Tijdens kunstbeurs Tefaf Maastricht in maart 2014 geeft hij een masterclass en rondleiding. Bekijk nu het programma!

Ruud van Oosterhout gooit zijn jas over een stoel in zijn winkel aan de Van Baerlestraat in Amsterdam. Hij is net terug van een afspraak. De winkelruimte is hoog en smal, het interieur strak, met elegante, houten meubels van bruut., het meubelmerk dat Van Oosterhout in 2004 internationaal lanceerde. Vanaf dat moment presenteert hij zijn collecties in steden als Milaan, Parijs, Lissabon, Londen en zelfs Tokio. ‘Pas anderhalf jaar geleden had ik de behoefte om mijn ontwerpen in Nederland een plek te geven,’ zegt hij. ‘En dus opende ik een winkel in Amsterdam. Hier werk en ontwerp ik. De winkel is ook mijn venster naar de wereld als interior designer.’



'Ik twijfelde lang tussen mode en interieur. Bij beide probeer ik met
zo weinig mogelijk middelen één beeld te creëren'


Van Oosterhout is geen onbekende in de creatieve sector. Sinds 1998 richt hij huizen, galeries, hotels, winkels en kantoren in. Hij tekende ook voor het interieur van de zeventien salons van Rob Peetom, een van Neerlands bekendste haarstylisten. En hij zag zijn meubellijn groeien. Toch duurde het even voordat hij de knoop radicaal doorhakte en definitief koos voor een carrière in het interieur. Langer dan hem misschien wel lief was flirtte hij met verschillende werelden. Die van de styling, fotografie, architectuur, mode, magazines, reclame en interieur. Hij deed dat, typisch Van Oosterhout, vol overgave. Hij vertelt er beeldend over en schenkt onze brede, lage glazen regelmatig bij met San Pellegrino. Af en toe waarschuwt hij: ‘Ik ben een prater hoor.’ Tussen de regels door geeft hij zijn ongezouten mening. Soms met een plagende lach. Dan weer stevig. Vastberaden. Over het establishment waar hij een aversie tegen heeft, de manipulatie van grote merken, maar vooral ook over zichzelf. Want de creatieve duizendpoot heeft de drang zichzelf te ontwikkelen en het uiterste uit zichzelf te halen. ‘Ik wil de dingen mooier maken en elementen met elkaar verbinden. Ik vind het fascinerend met zo weinig mogelijk middelen één beeld te creëren. Mode en interieur verschillen daarin niet veel van elkaar. Ik heb lang getwijfeld tussen die twee. In mijn jeugd vond ik het televisieprogramma van de Duitse modejournalist Antonia Hilke bijvoorbeeld het allermooiste wat er was. Net als de Karl Lagerfeldshows voor Chanel. Maar ik keek ook naar architectuur – de jaren twintig tot en met zestig zijn mijn grootste inspiratiebron – en ik bezocht veel musea.’ Hij relativeert ontspannen: ‘Ik houd gewoon van dingen die fijn zijn voor het oog.’

‘Met mijn sobere stijl rebeleer ik tegen overdaad.
Ik vind decoratie snel too much’


Eigen koers

Van Oosterhout groeide op in Brabant, in ’s Gravenmoer. ‘Een protestantse enclave in een rooms-katholieke streek. In die tijd woonden er twaalfhonderd mensen en stonden er zes kerken. Dan weet je het wel. We werden Nederlands-hervormd opgevoed. Dat is iets minder streng dan de gereformeerde leer, maar ik vond het behoorlijk pittig.’ Zijn ouders vonden hem wel geschikt als kok. ‘Of ze zagen me op een business-school à la Nijenrode, om de zaak van mijn vader over te nemen.’ Maar Van Oosterhout bepaalde zijn eigen koers. ‘Ik was inderdaad dol op eten en koken. Maar ik tekende ook veel en hield van lezen en van architectuur. Op mijn zolderkamer, in ons ouderlijk huis, maakte ik mijn eigen interieur. Alleen had het toen nog geen naam. Ik haalde dan de trap naar boven, zodat niemand er meer bij kon. Ik denk dat ik nogal een einzelgänger was. Mode was mijn allergrootste liefde. Maar mijn omgeving vond dit soort dingen allemaal onzin. Daardoor
voelde ik me vaak niet begrepen. Mijn vader is een selfmade man; een ondernemer pur sang. Hij heeft altijd zijn eigen werk gecreëerd. Net als ik nu. Hij levert metselaars, timmerlieden en andere vaklieden aan projectontwikkelaars. Hij heeft bijvoorbeeld half IJburg gemetseld. Mijn moeder zorgde voor mijn drie zussen en mij. Ik ben er pas veel later achtergekomen dat ik mijn creativiteit van haar heb geërfd. Ik ben net samen met mijn moeder in Boedapest geweest. De stad van Sissi en de negentiende eeuwse architectuur. En van de opera. Ben je daar wel eens geweest? Een geweldige plek!’



Overdaad schaadt

Van Oosterhout kende een aantal leermeesters in zijn leven. ‘Mijn tekenlerares heeft me leren kijken. Door haar durfde ik uit te spreken dat ik naar de kunst-academie wilde.’ Het werd de academie in Breda. ‘Ik was een soort trein die je niet kon stoppen. Ik creëerde van alles. Van beeldhouwwerken tot mijn eigen doka. Het eerste jaar ging ook heel erg over je eigen identiteit. Behoorlijk confronterend. Het was ook de periode dat ik voor het eerst verliefd werd op een jongen.’ Uiteindelijk koos ik voor mode en ging ik naar de academie in Arnhem. In onze lichting zaten grote namen zoals Michiel Keuper, Saskia van Drimmelen, Truus Spijkers van Spijkers & Spijkers, en Lucas Ossendrijver, hoofd menswear bij modehuis Lanvin. In Arnhem ontwikkelde ik mijn signatuur: sober, maar heel vrouwelijk. Die sobere stijl zie je nu terug in mijn interieurs. Daarmee rebeleer ik misschien wel tegen het decorum; tegen overdaad in het algemeen. Ik vind decoratie snel too much. Het beeld gaat dan nergens over en kan met één vingerknip zo weer weg zijn. Ik houd van interieurs die onderdeel zijn van de architectuur. Daarom begin ik elke opdracht met kijken. Naar de omgeving, het gebouw, hoe het licht valt. Ik ben ook dol
op gemeentearchieven, om te ontdekken hoe het pand ooit door de architect is bedacht. Ik keer altijd eerst terug naar de essentie. Vanuit daar ga ik ontwerpen. Op die manier breng ik kwalieit in een interieur en krijgen mijn ontwerpen een zekere tijdloosheid. Dat geldt ook voor mijn meubels.’



American Dream

Na zijn afstuderen was Van Oosterhout stylist voor grote campagnes en merken zoals NS, Organon en ING. ‘Ik heb het vak geleerd bij San Ming. Hij was voor mij de belangrijkste stylist van Nederland. Van hem heb ik disciplines leren verbinden en één beeld neerzetten. Daarin is hij geniaal; hij sluit geen compromissen.’ En toen diende zich plotseling, tussen alle stylingopdrachten, een interieuropdracht aan. ‘Ik was inmiddels voor mezelf begonnen. Mijn vader stond op het punt een nieuw kantoor te bouwen en had pech met een project-inrichter. “Dat kan ik beter,” blufte ik. “Prima, als je binnen het budget blijft, is de opdracht voor jou,” antwoordde hij.” Terwijl ergonomische kantoormeubels in opkomst waren, met van die rare bochten erin, wilde ik elegante, massief houten blokken als bureaus. Die liet ik maken door een meubelmaker, met wie ik later Bruut. oprichtte.’ Het resultaat werd een belangrijk visitekaartje. De interior designer in spe rolde van de ene interieuropdracht in de andere. ‘Toch was het moeilijk om uit de wereld van de styling te stappen, want commerciële opdrachten verdienen nu eenmaal goed. Mijn oplossing? Er radicaal mee stoppen. Helemaal toen ik merkte dat ik op de automatische piloot ging werken; routine is heel gevaarlijk voor een creatieve geest.’ Na een jaar New York gooide Van Oosterhout het roer resoluut om. Wat de American Dream moest worden, werd een ‘resetmoment’. ‘Blijkbaar realiseerde ik me toen pas echt dat ik te veel dingen tegelijk deed. New York daagde me uit bewust te kiezen: het werd interieur.’



Hekel aan deuren

Terug in Amsterdam, vlak voor 9/11, kwamen de interieuropdrachten bijna als vanzelf. Van Oosterhout begint elke opdracht ‘heel droog’ en als architect. ‘Ik wil dat bewoners inhoud gaan geven aan het gesprek over hun interieur, voordat we het over stoffen en kleuren gaan hebben. Ik wil weten hoe ze leven en aan welke functies zij behoefte hebben. In het begin ben ik dus nog helemaal niet bezig met beeld. Wel met het bepalen van functies, met de routing en indeling, met het skelet van het huis. Daarna ontstaan er beelden. Maar dat zijn alleen nog maar vlekken. Lijnen en contouren. Waar komt de keuken? De verlichting? Hoe kunnen we deuren zo veel mogelijk minimaliseren of wegwerken in een nis? Ik heb een hekel aan deuren, die maken het beeld onrustig. In mijn ontwerpen zoek ik continu naar balans, juiste proporties en verhoudingen. Ik houd ervan als het elegant blijft. Ik durf ook radicaal te zijn en alles eruit te gooien om de basis weer goed neer te zetten. Pas als de basis goed is, ga ik invullen en bepalen we materialen en kleuren. Ik adviseer bijvoorbeeld altijd te investeren in goede materialen, zoals hout of marmer. Dat slijt ook mooi. Ik ben niet iemand die wild binnenkomt met allerlei stalen en zo in een middag een plan maakt. Ik vind dat je in een plan moet groeien. Het plan moet de kans krijgen zich te ontwikkelen. Maar de bewoners ook. Dat dit elke keer weer gebeurt, vind ik misschien nog wel het meest fascinerende. Daarna voelt het huis van hen. Dat is het mooiste compliment dat je kunt krijgen. Soms zijn mensen, na zo’n intensieve samenwerking, bang om dingen toe te voegen of te veranderen, maar dan roep ik: “In Godsnaam, leef!”’ www.rvodesign.com


Fotografie Kasia Gatkowska Styling Noor Meyjes Tekst Miluska van ’t Lam

Zoek uw toplocatie

Direct naar woning

NAARDEN
Prijs op aanvraag
1/6
AALSMEER
Prijs op aanvraag
2/6
ROOSTEREN
€ 5.900.000 k.k.
3/6
Kapellen
€ 3.650.000 k.k.
4/6
BOSCH EN DUIN
€ 3.795.000 k.k.
5/6
REEUWIJK
€ 2.950.000 k.k.
6/6

Nu in Residence

IN RESIDENCE #1&2
  • Startups
  • Natuurlijk Schotland
  • Decoration Empire
  • Axel Vervoordt
  • Gabriele Salvatori
  • Wolterinck in Uruguay
  • Montblanc
  • BRAFA, Art Stories, Haute Photography

Meest bekeken

MEIJEL
€ 637.000
1/5
BUSSUM
€ 1.750.000
2/5
VOORBURG
€ 2.695.000
3/5
AMSTERDAM
€ 750.000
4/5
VINKEVEEN
€ 4.950.000
5/5

Nieuw aanbod

Gooyerdijk 2
LEERSUM
€ 1.245.000 k.k.
Herenweg 96
WARMOND
€ 2.495.000 k.k.
Prinses Irenelaan 24
BUSSUM
€ 1.750.000 k.k.