Wanneer interieurarchitect Andrea Perra de adellijke baronessa Grimaldi tijdens een diner leert kennen verandert zijn leven. En haar kasteel.
Sommige ontmoetingen veranderen je leven. Andrea Perra weet daar alles van. Vanaf het moment dat de interieurarchitect uit Sicilië jaren geleden in gesprek kwam met barones Grimaldi zou zijn leven niet meer hetzelfde zijn. ‘Ik hoorde haar met een andere gast praten over de kleur van een wand. De man in kwestie adviseerde haar de kamer heel lichtgroen te verven. Toen hij uit het zicht was boog ik me naar haar toe en fluisterde dat saliegroen mooier was.’ Er ontvouwde zich een geanimeerd gesprek en de barones nodigde hem uit de kamer zelf te komen bekijken. Het zou het begin zijn van een jarenlange samenwerking, en nog belangrijker, van een hechte vriendschap.
Niet lang na hun eerste ontmoeting werd Andrea onthaald op Il Castello di Xirumi Serravalle, een kasteel tussen Catania en Caltagirone, dat al sinds 1513 eigendom is van de familie Grimaldi. Een even schitterend als imposant gebouw dat omringd is door één van de grootste sinaasappelboomgaarden van Sicilië, honderden exemplaren die ervoor zorgen dat de lucht eeuwig verzadigd is met de geur van de sappige citrusvrucht. En dwars door deze velden met fruitbomen loopt een lange, schaduwrijke laan van palmen die uitkomt bij een door klimop begroeide toegangspoort. Andrea: ‘Ik heb heel wat mooie plekken in mijn leven gezien, maar dit was werkelijk als in een Siciliaans sprookje.’ Het kasteel met zijn zachtroze buitenmuren, kartelvormige gevelrand, boogvormige ramen en een grote centrale binnenplaats vol weelderige jasmijnplanten ademde de sfeer van vervlogen tijden. Weelderige tijden, zoals in Visconti’s Il Gattopardo, waarin aristocratische families de stad per koets verlieten om de warmste maanden in hun exorbitante buitenverblijven door te brengen. Waar witte, gehaakte gordijnen voor prachtige schaduwpatronen op de muren zorgden en waar de vloeren voorzien waren van kleurrijk gedecoreerde majolicategels. Waar de tafels voor zowel de lunch als het diner met linnen lakens en zilver gedekt werden en waar de priester een vaste gast was met zijn eigen vertrek en kapel. Andrea: ‘Het was alsof ik voet zette in het verleden.’
En dat was in feite ook zo. De vele generaties van de Grimaldi’s vóór de barones hadden aan het kasteel weinig of niets veranderd. En hoe waardevol dat behoud ook was, de huidige bewoonster voelde een sterke behoefte om de vertrekken iets persoonlijker te maken. Andrea: ‘Uiteraard zonder het verleden ook maar enigszins uit het oog te verliezen. Daarom heb ik niets van wat aanwezig was uitgewist, maar er uitsluitend een andere draai aan gegeven.’
Het is een bescheiden omschrijving van een project dat jaren duurde, want wat begon met het selecteren van de juiste kleur groen groeide beetje bij beetje uit tot een algehele restyling van de vertrekken. Zo besloot Andrea de hoofdsteunen van de bedden in de gastenslaapkamer, eerst voorzien van een verkleurde stof, opnieuw te laten bekleden met een frisser, gestreept textiel. Voor een andere slaapkamer ontwierp hij twee prachtige spiegels, in de vorm van Arabische ramen, waarachter twee kledingkasten verborgen gaan. Voor de wanden in dezelfde ruimte koos hij een mintgroen, dezelfde kleur waarmee hij de lampenkapjes opnieuw bekleden liet.
De salon, op Andrea’s advies salie-groen geverfd, kreeg een nieuw uiterlijk door een verzameling antieke vazen - tot dat moment opgeslagen in een servieskast - links en rechts van de schoorsteenmantel tentoon te stellen.
In de voormalige graanstal, voor Andrea’s entree een ongebruikte ruimte, liet hij uit oude doeken banken en poefs maken waardoor de ruimte nu een nieuwe functie als gezellige zitkamer heeft. Hetzelfde gebeurde met een brede, lege gang op de eerste verdieping. Andrea: ‘Er was tal van oud, opgeslagen meubilair dat we weer tevoorschijn hebben gehaald. Met een selectie van deze stukken creëerde ik een gezellige plek onder het raam waar je nu heerlijk kunt zitten lezen.’
Van een antieke vogelkooi, ooit het huisje van een zangvogel en jaren geleden opgeborgen, maakte Andrea een unieke lampenkap. Deze hangt nu boven de tafel in de ontbijtkamer als stille getuige van een ver verleden.
De grootste verandering vond echter niet binnen maar buiten plaats. Bij het kadaster vonden Andrea en de barones na lang zoeken de oude kaarten terug waarop het ontwerp te zien was van de originele Arabische tuin die onder eeuwen van latere beplantingen schuil moest gaan. Andrea: ‘Het voelde opeens een beetje alsof we in Pompeï waren, op zoek naar nieuwe schatten. En dat bleek niet eens zo ver van de waarheid. Al na een paar dagen graven en het verwijderen van kilo’s en kilo’s kreupelhout kwam er een prachtige fontein tevoorschijn, die deel uitmaakte van een waterbassin uit 1600. Het was een geweldig gevoel om dankzij antieke kaarten, die zonder onze zoektocht in de archiefkasten waren blijven liggen, zoiets terug te vinden.’ Tot hun grote plezier konden ze ook terugzien wat er indertijd geplant was aan witte rozenstruiken, paarse plumbago en rozemarijn.
Het waterbassin, dat ooit als drinkbak voor het vee functioneerde, is nu omgetoverd tot een fijn zwembad, net groot genoeg voor een verfrissende duik en omringd door dezelfde planten als destijds. Andrea: ‘Het is hier in Sicilië bijna het hele jaar lekker van temperatuur, dus buiten zitten is vrijwel dagelijks aan de orde. We organiseren regelmatig avonden rond het bassin, met drankjes en hapjes en het geeft enorme voldoening dat we een stuk van de geschiedenis hebben kunnen terughalen.’
Of, zoals Andrea het eerder noemde, ‘er een draai aan te geven’. Zo maakte hij uit metalen matrassteunen waarop men vroeger, gedurende de winter, de matrassen verticaal positioneerde, de basis voor een lage tafel rondom een moerbeiboom op de binnenplaats. ‘Een ring van zitkussens er omheen, alles afgedekt met antieke, geborduurde kleden uit de linnenkast van het kasteel, een mooi servies, rondscharrelende kippetjes … het is perfect voor een ontbijt in de schaduw met vrienden.’
Andrea Perra zou beter levensarchitect dan interieurarchitect genoemd kunnen worden. Of simpelweg tot ridder geslagen worden. Want dat het sinds zijn komst gezelliger is op Castello Xirumi Serravalle, daar kan iedereen het wel over eens zijn.