Met het voorjaar in volle gang verandert ook de wereld om ons heen. Bomen verschuiven van kaal en grimmig naar iets wat ons weer lichter laat voelen. Alles is veranderlijk, een gedachte die perfect aansluit bij de voorjaarstentoonstelling in het Rijksmuseum, gebaseerd op het boek “de Metamorfosen” van Ovidius.
Dit eeuwenoude werk, waarin alles voortdurend van gedaante wisselt, is al sinds mensenheugenis een inspiratiebron voor kunstenaars. Voor Frits Scholten, al jarenlang verbonden aan het Rijksmuseum als senior conservator beeldhouwkunst, begon het bij dat idee. Samen met de Galleria Borghese groeide het uit tot een tentoonstelling waarin werken uit totaal verschillende tijden en disciplines met elkaar in verband worden gebracht.
Wij spraken hem over de tentoonstelling en de aantrekkingskracht van Ovidius die al eeuwen voortduurt. En hoe zou hij zichzelf eigenlijk vereeuwigen als werk binnen dit geheel?
"Het idee voor de tentoonstelling kwam eigenlijk vrij organisch ter tafel tijdens een brainstormsessie tussen het Rijksmuseum en de Galleria Borghese, onze partner in dit project. Beide instellingen hadden al eerder over dit idee nagedacht en nu leek het dus een heel passend samenwerkingsthema. Bovendien bleek dat er niet eerder een grote internationale tentoonstelling aan dit onderwerp was gewijd, dus er lagen allerlei kansen."
"Dat heeft verschillende redenen. In de eerste plaats zijn de verhalen over al die gedaantewisselingen zo fantasievol en door Ovidius zo beeldend opgeschreven, dat kunstenaars snel werden geprikkeld om ze in hun eigen medium uit te drukken. Bovendien boden ze, ondanks de soms wrede en afschrikwekkende inhoud, een bron van vermaak en verwondering: ze zijn niet religieus-moralistisch, zoals zoveel andere kunst, en kunnen dus waardevrij gebruikt worden door allerlei generaties en mensen van uiteenlopende achtergrond en klasse."
"Kunstenaars van nu zijn bovendien waarschijnlijk gegrepen door de verhalen omdat ze zo mooi aansluiten bij de huidige fantasywereld van games, sprookjes (Harry Potter), morphing, etc. Bovendien zijn veel thema's van Ovidius nog steeds hyperactueel: verhalen over genderwisseling (Hermaphroditus bijvoorbeeld), zelfbewieroking (Narcissus – Trumps narcisme), of Medusa (femicide, victim-blaming). Ook de notie dat kunst zelf gaat over metamorfosen - uit ruwe materie een betekenisvolle vorm maken - zal al dan niet bewust bij kunstenaars een rol spelen."
"Voor mij is de onophoudelijke invloed van Ovidius op de kunsten wel de grootste ontdekking. Uiteraard ontwikkel je een antenne voor dit soort thema's als je met zo'n tentoonstelling bezig bent, en zie je op dat moment meer dan anderen misschien. Maar toch, Ovidius blijft een constante bron van inspiratie in alle takken van kunst.
Verder ben ik gegrepen door Ovidius' zorg om de aarde en de kosmos als bezield organisme, iets wat nu extreem actueel is vanwege de klimaatcrisis. Ovidius drukt al uit dat we zorgvuldig met de natuur moeten omgaan en houdt bijvoorbeeld een pleidooi voor een vegetarisch bestaan om het slachten van dieren voor consumptie te stoppen; voor hem kan in elke koe of ander dier een ziel huizen van een overleden mens, en dat kan zomaar de ziel van een goede vriend of partner zijn die is overleden. Dus bezint, eer ge een dier slacht voor je eigen genot..."
"De meeste tentoonstellingen die ik heb gemaakt waren monografisch, dus aan één kunstenaar gewijd, en bovendien meestal binnen mijn eigen specialisme: beeldhouwkunst. Bij tentoonstellingen die over een eigentijdse, levende beeldhouwer gingen, zoals Giuseppe Penone en Richard Long in de tuinen van het Rijksmuseum, heb je altijd het onrustige gevoel dat de kunstenaar zelf meekijkt over je schouders (zeker als je aan het schrijven bent over hun werk).
De Metamorfosen-tentoonstelling is breder, transhistorisch, en bestrijkt allerlei media. In die breedte schuilt een extra uitdaging: kun je een 21ste-eeuwse foto wel naast een schilderij uit de renaissance of barok hangen? Of wat is het effect van een groot middeleeuws tapijt in de nabijheid van een Caravaggio of een Rodin? Gelukkig hielp het enorm dat ik kon samenwerken met een van Nederlands beste vormgevers: Aldo Bakker. Aldo heeft een ingetogen en geraffineerde vormgeving bedacht met prachtige kleuren, die rust en evenwicht brengt in de zalen, en daarmee de vaak zo uiteenlopende werken bij elkaar houdt."
"Ik denk dat ik zou kiezen voor een beeld, misschien zoiets als van Medardo Rosso: ogenschijnlijk gemaakt van een ruwe klomp bijenwas, die alleen onder de juiste belichting tot leven komt en een gezicht laat zien. Bijenwas is bij Ovidius een metafoor voor de ziel, die steeds andere vormen kan aannemen maar toch altijd dezelfde materie (was) blijft. Dat spreekt me wel aan, die combinatie tussen veelvormigheid aan de buitenkant en een onderhuidse constante."
De tentoonstelling is nog te zien in het Rijksmuseum Amsterdam tot en met 25 mei 2026, met een aanvullend programma van concerten, lezingen, workshops en rondleidingen waarin het thema verder wordt verkend. rijksmuseum.nl