Mickey Philips weet van geen ophouden zodra ze in haar atelier in Halfweg staat. Haar beste ideeën komen midden in de nacht, als ze in bed ligt en meteen aan de slag wil. Werken met klei is voor haar het mooiste dat er is, en eerlijk gezegd ook een beetje verslavend.
Dat plezier zie je terug in wat ze maakt. Een eend op zoek naar eten, een tompouce met een hap eruit, een insect op groot formaat als vloerlamp. "Ik vind het fijn als mensen in mijn atelier komen om een werk op te halen en dan helemaal gelukkig weggaan," zegt ze. Humor speelt een grote rol, in haar leven en in haar werk. Soms verbaast ze zich over de saaiheid van sommige huizen, gebouwen of parken. Laatst stond ze op Amsterdam Centraal en dacht ze hoe leuk het zou zijn om daar iets vrolijks neer te zetten.
Grote opdrachten schrikken haar niet af. Ze maakte een bar voor het KIT Café in het Wereldmuseum in Amsterdam en meubels voor de Nixxes/Sony PlayStation Studios. "Gelukkig kiezen opdrachtgevers mij om het werk dat ik maak en hoef ik niet te veel na te denken over wat de koper wel of niet mooi zou kunnen vinden. Daar word ik onzeker van." Bedenkt ze zelf iets, dan is die beperking er niet. Dan is alles mogelijk, tot het tegendeel bewezen is.
Zo is ze ook begonnen. Zes weken voordat ze zou afstuderen in Grafisch Ontwerp aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, gooide ze het roer om. Ze wist vrijwel niets van klei. Als kind knutselde ze er wel mee, tot ze het op een gegeven moment niet cool meer vond en ermee stopte.
Het creatieve zat er al vroeg in. "Als kind was ik altijd aan het knutselen en dat was te zien aan mijn resultaten op school. Maar mijn ouders hebben me altijd gestimuleerd." Toen ze twintig was overleed haar vader. Dat zette haar aan om te kiezen voor de dingen die ze graag wil doen. Het creatieve heeft ze van haar moeder, die in de mode werkte, het ondernemende van haar vader, die een confectiebedrijf had. Daarnaast is er een slimme broer die haar vraagbaak is voor zakelijke dingen. "Het mooie van mijn familie is dat ze me altijd onvoorwaardelijk steunen."
Wat klei zo mooi maakt? Je weet nooit hoe het uit de oven komt. Het krimpt, vervormt, wordt broos en kan breken of scheuren. Een van haar eerste projecten was een krat met 250 sperziebonen, allemaal met de hand gemaakt en geglazuurd. Na drie dagen kon ze eindelijk de oven opendoen. De krat was gebroken. "Ik kon wel janken, maar ik ben net zolang doorgegaan tot het wel lukte."
Op dit moment werkt ze aan een eendenvaas die drie keer zo groot is als het origineel. Acht weken lang maakt ze er iedere dag een stukje van. Daarna moet de hele vaas 48 uur de oven in. Het idee dat hij dan kan ontploffen houdt haar 's nachts wel wat bezig. "Ik kan er wat onrustiger van slapen, maar het is ook die spanning die mijn werk zo mooi maakt."
In het begin maakte ze porselein in een mal. Veilig, tot ze het saai begon te vinden. Dat was de reden om over te stappen op klei. Toen ze het eerste brood klei in haar handen hield, had ze geen idee wat ze ervan wilde maken. Het had de vorm van een baksteen en ze kreeg een visioen van een tompouce. De allermooiste tompouce van de wereld moest het worden, eentje waar je je tanden in wilt zetten.
Zeven jaar later maken ze in het atelier nog steeds tompouces. Toch was dat niet het echte omslagpunt in haar carrière. Dat was de geboorte van haar zoon. Tot die tijd bracht ze eindeloos veel uren door in haar atelier en had ze er baantjes bij. Mensen vroegen weleens of ze ook echt iets verkocht, alsof haar werk een hobby was. Nadat Robby was geboren werden atelierdagen normale werkdagen, die om vijf uur stoppen omdat ze thuis wil zijn.
"Dat is goed voor me, want mijn werk is verslavend. In mijn atelier ben ik intens gelukkig. Maar dat ben ik ook thuis met mijn gezin." Het succes van de tompouce gaf haar de vrijheid om grotere werken te maken. De geboorte van haar zoon gaf haar het zelfvertrouwen dat ze daarvoor nodig had.
Haar ideeën komen meestal als ze in bed ligt. "Dan krijg ik een idee dat ik meteen wil uitwerken. Maar ik heb meer ideeën dan tijd." De Happy collectie ontstond na een opmerking van Piet Hein Eek, die haar "dat gezelligekleurenmeisje" noemde. Dus besloot ze acuut om in zwart-wit te gaan werken.
Makkelijk was dat niet, want een homp klei kleuren is lastig. Er bestaat wel zwarte en witte klei. Die perst ze in elkaar tot het gewenste patroon. Het lastige is dat de twee soorten verschillend op elkaar reageren, waardoor ze nooit precies weet hoe het eindresultaat eruitziet. Mooi om te zien dat haar grafische achtergrond terugkomt, eerst in de Happy collectie en nu ook in haar nieuwe serie Catch of the day met vissen.
"Ik denk in klei, maar ik droom in alle materialen die ik niet kan sturen, zoals hout en glas." Ze zou een kroonluchter willen maken, met komkommers van glas en kroontjes en bloemen van keramiek. Of avocado's, courgettes en tomaten. In haar atelier kan ze alles van klei maken, alleen niet van glas.
Dat geldt eigenlijk voor al haar ideeën. Ze lijken onmogelijk en toch lukt het uiteindelijk. Niet meteen. Dan zet ze het op een plank, laat het een tijdje staan en gaat er daarna mee verder. De mening van haar moeder, haar vriend en vooral haar zoon van acht telt zwaar. Zo zei hij laatst nog dat het misschien tijd wordt om iets anders te doen dan die Smileys. Dus wie weet komt die kroonluchter er wel.
Mickey Philips wordt vertegenwoordigd door Newhouse Gallery en De Galerie Rotterdam. mickeyphilips.nl
Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.