Dankzij de architecten van Festen Architecture kreeg hôtel particulier Balzac in Parijs het uiterlijk van een stijlvolle woning uit het midden van de vorige eeuw. De bewuste keuzes van het management doen de rest.
Voor platte luxe komen we ons bed niet meer uit. ‘Dubai-chique’ (flatscreens, jacuzzi’s, ultra-snelle liften van glas, kamergrote aquaria met zeldzame vissen) behoort wat ons betreft tot een donker verleden. Wat we nu onder luxe verstaan is het tegenovergestelde van domme opulentie; het heeft te maken met geraffineerdheid, met kwaliteit versus groot en duur, met (en we hebben het nu over de architecten) het rijkelijk gedocumenteerd zijn. Een optelsom van brede kennis, goede
smaak en een snufje.... eruditie. Want alleen zó krijg je echt fijne hotels, restaurants en huizen die daadwerkelijk iets te maken hebben met de cultuur en het karakter van de plek waar ze staan.
Hotel Balzac, slechts een paar minuten verwijderd van zowel Champs-Elysées als Boulevard Haussmann, is hier een uitmuntend voorbeeld van. Dit voorheen ietwat ingedutte hotel kreeg dankzij de nieuwe eigenaar, Olivier Bertrand, een volledige make-over die het Balzac, ooit het huis van de schrijver Honoré de Balzac, weer voorgoed op de hoofdstedelijke kaart zette.
Charlotte de Tonnac en Hugo Sauzay, de creatieve geesten achter het succesvolle architectenbureau Festen Architecture, creëerden in opdracht van Bertrand een hôtel particulier dat l’elegance parisienne perfect belichaamt. Het begint al bij de typische Belle Epoque-hal, met zijn prachtige vloer, een schaakbord van wit en zwart marmer, plafondhoge lambrisering en simpele witte banken waar men een drankje (op een zilveren dienblaadje) ter verwelkoming aangeboden krijgt. Een paar treden lager ligt de intieme ontbijtzaal, schoolvoorbeeld van de ingetogen glamour uit het Parijs tussen de twee wereldoorlogen in. Geen LED-verlichting, maar het gedimde schijnsel van gekapte vloerlampjes, op Cocteau geïnspireerde prenten en robuuste fauteuils in Art Déco stijl.
De 58 kamers, te betreden door middel van een ouderwetse kwastjessleutel, zijn chique en understated. Neutrale tinten, sobere meubels, met stof beklede wanden en subtiele verlichting zorgen stante pede voor een gevoel van rust en welzijn. Er staat een retro, hoogglansmetaal koffiezetapparaat, er zijn bijzondere fotoboeken en er is literatuur, zoals Edmund de Waals The Hare with Amber Eyes, met verhalen die zich afspelen in deze wonderschone en met geschiedenis beladen stad.
Bij de minibar staan shaker, maatbeker en reeds gebottelde cocktails (Select Aperitivo en Kumquat Liqueer blijken verrukkelijk), een amberkleurige geurkaars en glazen(!) waterflessen en de badkamers, met dubbele wastafels en vloeren van zwart-wit mozaïek, zijn rijkelijk voorzien van Diptique’s 34 Boulevard Saint-Germain poedelproducten. Het merendeel van de kamers -het lijkt bijna een detail, maar dat is het natuurlijk niet- heeft bovendien een spectaculair uitzicht op de Eiffeltoren, waardoor je de dikke, witte gordijnen eigenlijk nooit dicht wil doen en vanuit bed de glitterlampjes elke vijf minuten kunt zien oplichten.
De holistische, op Japan geïnspireerde en uit kostbaar hout opgetrokken Ikoi Spa in het souterrain ten slotte, heeft drie simpele behandelcabines, een sauna en een mooi dompelbad. Hier kan men in bijna onwerkelijke stilte behandelingen met het Franse en biologische merk Omnisens Paris ondergaan.
Kortom, bij het Balzac Hotel overheerst de liefde en aandacht voor detail en is niets aan het toeval
overgelaten, iets wat we niet alleen verwelkomen maar waar we een diepe buiging voor maken. hotelbalzac.paris