In het zuiden van Andalusië, op een schiereiland in de Atlantische Oceaan, ligt Cádiz. Een paradijs, met z’n prachtige boulevard, oude visserswijk, smalle straatjes, bruisende markthal, sinaasappelbomen en verborgen pleinen. De geschiedenis is hier overal voelbaar: Cádiz is namelijk een van de oudste steden van Europa. Daar komt bij dat je hier ook nog eens heel goed kunt eten. Een culinaire parel dus, waar de zon 300 dagen per jaar schijnt.
Het verhaal gaat dat de kolonisten uit Fenicië al rond 1.100 v.Chr. ‘Gadir’ stichtten, wat ‘ommuurde stad’ betekent. Dat maakt Cádiz een van de oudste steden van Europa. Later werd de stad onderdeel van het Romeinse Rijk, en kreeg het de naam ‘Gades’. In die tijd werd er een van de grootste Romeinse theaters van heel Spanje gebouwd: het Teatro Romano, dat je nog steeds kunt bezoeken.
Dankzij de strategische ligging tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee was Cádiz door de eeuwen heen een interessante plek voor wereldmachten: Carthagers, Romeinen, Moren en uiteindelijk de Spaanse kroon gebruikten de stad als handelsknooppunt. Het hoogtepunt beleefde Cádiz tijdens de Gouden Eeuw, toen het uitgroeide tot de belangrijkste haven voor de handel met Amerika. Een historisch hoogtepunt in de modernere geschiedenis: in 1812 werd in Cádiz de allereerste grondwet van Spanje opgesteld, in de barokke kerk Oratorio San Felipe Neri.
Die rijke geschiedenis is nog altijd voelbaar, bijvoorbeeld tijdens een wandeling over de Campo del Sur: de prachtige boulevard met palmbomen, terrassen en pastelkleurige huizen. Mede hierom wordt Cádiz vaak Klein Havana genoemd: ook de Cubaanse hoofdstad heeft zo’n wandelpromenade – een malecón. Cádiz werd meerdere malen als filmdecor gebruikt, bijvoorbeeld in de James Bond-film Die Another Day (2002). Draaien in Havana was in die tijd onmogelijk, vanwege het Amerikaanse handelsembargo tegen Cuba, dus week de crew uit naar Spanje.
Loop je over die prachtige boulevard, dan passeer je ook de immense Catedral de Cádiz: een barokke kathedraal, afgewerkt met rococo- en neoclassicistische elementen, en sinds 1931 cultureel erfgoed. Aan de boulevard ligt ook het populaire stadsstrand La Caleta, waar de vissersbootjes in het water dobberen. Kom je om te surfen, dan kun je beter iets verder doorlopen, naar Playa de Santa María. Voor een caña of cocktail aan zee moet je bij Quilla, Bar Ajola of Tirabuzón zijn.
Vergeet ook niet even door Parque Genoves te dwalen: een waar botanisch paradijs, met meer dan 150 soorten planten, bomen en bloemen. De perfecte plek als je even wil uitrusten met uitzicht op zee.
Dit prachtige hotel is gevestigd in een barok stadspaleis, gebouwd halverwege de 18e eeuw. Het karakteristieke herenhuis heeft een centrale binnenplaats, een monumentale traptoren en een uitkijktoren. Tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1808 tot 1814) deed het dienst als het Britse consulaat en de Britse ambassade. Het hotel heeft 38 kamers, een bar, ontbijtbuffet en wellness. eurostarshotels.com
Restaurante El Faro de Cádiz
In de populaire visserswijk La Viña, ingeklemd tussen het strand van La Caleta en de kastelen van Santa Catalina en San Sebastián, bevindt zich al sinds 1964 Restaurante El Faro. Wat begon als een simpele taverne met gefrituurde vis en verse schelp- en schaaldieren, is uitgegroeid tot een van de meest geliefde restaurants van de stad. Drie generaties later kookt de familie nog altijd vanuit dezelfde gedachte: de zee als uitgangspunt, de regio als inspiratie. elfarodecadiz.com
Restaurante Código de Barra
Op de Calle San Francisco, een levendige voetgangersstraat in het hart van de oude stad, vind je Código de Barra. Wie naar binnen stapt, betreedt een restaurant dat geschiedenis ademt. Tijdens de verbouwing in 2020 kwam een muur van piedra ostionera tevoorschijn, het poreuze, roomkleurige steen waarvan veel huizen in Cádiz gebouwd zijn. Die muur bleef staan, net als de boog bij de ingang, die dateert uit de zestiende eeuw. Het pand was ooit een peña, een buurtvereniging zoals je ze door heel Spanje vindt, en iets van die warme, gemeenschappelijke geest hangt er nog altijd. Het restaurant is stijlvol ingericht, met een open keuken, witte muren en een groot wijnrek dat de twee ruimtes van elkaar scheidt.
Achter dit alles staat de Nederlandse chef-kok Leon Griffioen, die al 26 jaar in de stad woont en kookt: hij opende er al in 2000 zijn eerste restaurant. In de Calle Plocia pal achter de haven: destijds een echte achterafbuurt. Samen met zijn vrouw Paqui Márquez – sommelier en gastvrouw – besloot hij in 2020 dat Cádiz een gastronomisch restaurant verdiende. Drie jaar later kregen ze een Michelin-ster: Código de Barra is het eerste sterrenrestaurant dat de stad ooit heeft gehad. Als gast kun je kiezen uit twee menu’s die de drieduizend jaar oude geschiedenis van Cádiz vertellen – met Almadraba-tonijn, garum (een vissaus zoals de Romeinen ‘m al maakten), en de bittere schil van sinaasappels die arme Gaditanos ooit aten tegen de honger. Leon verwerkt ook altijd wat Nederlandse details in z’n gerechten, zoals haring. restaurantecodigodebarracadiz.com
Calle San Francisco 7
CASA LAMAR
De Spaanse Vogue omschreef CASA LAMAR als museumwinkel, en wie er binnenstapt begrijpt meteen waarom. Eigenaren Ana Sánchez en Dani Vázquez zijn allebei kunstenaar — Ana studeerde design aan de kunstacademie en werkte jarenlang als modeontwerpster, Dani is fotograaf en grafisch ontwerper. De twee zijn geboren en getogen in Cádiz, en ze werken zoveel mogelijk samen met pottenbakkers, sieradenmakers en schilders uit de regio. Kaarsen van een traditionele kaarsenmakerij uit Chiclana, tassen van een familiebedrijf uit Sevilla, kleurrijk keramiek, zijden sjaals, parfum en wandkleden. Je vindt CASA LAMAR in een stijlvol ingericht hoekpand op de Calle Beato Diego — op dezelfde plek waar in 1901 een kruidenier opende. casalamar.es/en
Calle Beato Diego 1
The Singular Coffee
Voor écht goede koffie moet je bij The Singular Coffee zijn, midden in het oude centrum. Opgericht door Oliva González en Tony Pérez Vergara: zij groeide op in een familie van koffieliefhebbers en werkte jaren als barista, hij kookte als chef-kok bij restaurants door heel Spanje. In 2020 openden ze hun eerste locatie in Vejer de la Frontera, een van de bekendste witte dorpen van Andalusië. Inmiddels heeft Cádiz zijn eigen vestiging. De perfecte plek voor koffiesnobs: of je nou kiest voor filter, mocha of café con leche. thesingularcoffee.com
Calle Valverde 20
Cádiz heeft geen eigen vliegveld, maar dat hoeft geen drempel te zijn: vanaf Sevilla of Jerez de la Frontera ben je met de trein of huurauto binnen anderhalf uur ter plekke. Voor een eerste kennismaking is één tot twee dagen genoeg om de belangrijkste pleinen, de kathedraal en een paar goede adressen te ontdekken — al is de kans groot dat je, eenmaal verliefd op de stad, alsnog een reden zoekt om langer te blijven. Ga bij voorkeur in het voor- of najaar: dan is het aangenaam warm zonder de hitte en de cruisedrukte van de zomer.
Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.