Begin 2026 opent in Amsterdam het Drift Museum. Het museum vestigt zich in de Van Gendt Hallen op Oostenburg en wordt volledig gewijd aan het werk van DRIFT. Daarmee krijgt het kunstenaarsduo voor het eerst een permanente plek waar hun installaties langdurig en op volledige schaal te zien zijn.
DRIFT werd in 2007 opgericht door Lonneke Gordijn en Ralph Nauta. Beiden zijn Nederlandse kunstenaars die al vroeg geïnteresseerd raakten in de manier waarop natuurlijke systemen werken. Die fascinatie vormt de basis voor installaties waarin natuurverschijnselen met techniek zichtbaar worden gemaakt.
Het werk van DRIFT ontstaat nooit los van een ruimte. Installaties reageren op hun omgeving of veranderen de manier waarop je je door een gebouw beweegt.
Inmiddels werkt DRIFT met een groot multidisciplinair team en realiseert het projecten voor musea én voor plekken in de publieke buitenruimte.
Hun werk was de afgelopen jaren wereldwijd te zien, onder meer in Londen, Parijs, New York en Amsterdam. De solotentoonstelling in het Stedelijk Museum in 2018 groeide uit tot een van de best bezochte tentoonstellingen in de recente geschiedenis van het museum.
“Het Drift Museum is het resultaat van alles waar we de afgelopen zeventien jaar naartoe hebben gewerkt,” zeggen Gordijn en Nauta. “Het is een plek waar ons werk langdurig kan bestaan en waar bezoekers een directe relatie ervaren met natuur en ruimte.”
Het Drift Museum wordt ondergebracht in de Van Gendt Hallen, een complex van vijf industriële hallen uit 1898, ontworpen door Dolf van Gendt. Jarenlang stonden de hallen leeg; nu worden ze duurzaam gerenoveerd tot een culturele bestemming van formaat.
De renovatie is in handen van Architectenbureau Braaksma & Roos, met behoud van het industriële karakter. Hoge plafonds, grote overspanningen en robuuste materialen blijven zichtbaar. Twee hallen, samen goed voor ruim 8.000 m², vormen straks het museum. Die schaal maakt het mogelijk om installaties te tonen zonder ze aan te passen of in te perken.
Volgens eigenaar en initiatiefnemer Eduard Zanen draait de renovatie om behoud én toekomstbestendigheid. “Door te repareren in plaats van te vervangen ontstaat hier een energieneutraal rijksmonument. Tegelijk is het een plek waar kunst, technologie en ondernemerschap samenkomen en waar nieuwe samenwerkingsvormen ontstaan.”
Voor wie geïnteresseerd is in interieur en ruimtelijk ontwerp is het DRIFT Museum vooral interessant vanwege de manier waarop architectuur actief wordt ingezet. Het gebouw bepaalt waar je blik naartoe wordt getrokken. Licht en hoogte spelen daarbij een grotere rol dan afwerking of aankleding.
Het museum laat zien hoe interieur verder kan gaan dan inrichting alleen. Hier gaat het om de relatie tussen mens en ruimte. Dat maakt het DRIFT Museum relevant voor ontwerpers, architecten en iedereen die zich bezighoudt met de invloed van een ruimte op ervaring.
De keuze voor Oostenburg is bewust. Het gebied ontwikkelt zich snel en krijgt met het DRIFT Museum een cultureel ankerpunt. In de overige hallen komen sportactiviteiten, horeca, kantoren en start-ups met een focus op duurzaamheid.
Het DRIFT Museum laat zien wat er gebeurt als kunst en architectuur vanaf het begin samen worden gedacht. Het resultaat is een museum waarin ruimte geen achtergrond is, maar een actief onderdeel van het verhaal. Voor Amsterdam betekent dat een nieuwe culturele bestemming. Voor iedereen die zich bezighoudt met ruimte en ervaring is het vooral een interessante nieuwe referentie.
Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.