Gebladderde muren, fresco's op het plafond en elegante portalen. De Italiaanse stijl van bouwen en inrichten is er een die een leven lang meegaat, en die in plaats van uit de tijd te raken, juist mooier en karaktervoller wordt. Residence belicht 5 kenmerken om die rijke interieurfilosofie van Italië naar je woning in Nederland te brengen.
Dat men zich zo aangetrokken voelt tot Italiaans interieur is niet zo gek. Waar veel interieurstijlen zich richten op nieuw, glad en strak, bouwt de Italiaanse stijl juist voort op wat er al is. De stukken, maar ook de wanden en vloeren, vertellen een verhaal waarin geleefd is, en ontwerpers gaan de dialoog aan met het verleden in plaats van het weg te poetsen. Dat maakt het interieur op meerdere lagen interessant.
Een mooi voorbeeld van hoe deze ouderdom prachtig bewaard is gebleven, is dit hotel in Ragusa, op Sicilië. Het oude plafond was indrukwekkend, en juist de afbladderingen en imperfecties maakten het geheel nog sprekender. Vanuit die ervaring volgen hier vijf kenmerken waarmee je zelf iets van die sfeer in huis haalt.
Marmer vormt al sinds het Pantheon en de Renaissance van Michelangelo de basis van Italiaanse luxe. Steengroeven als Carrara, Calacatta en Statuario gelden nog altijd als nationale iconen. Terrazzo is daarbij een mooi staaltje ambachtelijke zuinigheid: ooit bedacht om marmerafval te hergebruiken, inmiddels een gewild luxemateriaal op zichzelf. Combineer marmer of terrazzo met fluweel, zijde en brokaat, eventueel aangevuld met leer, voor een laag die net zo theatraal aandoet als het werk van interieurontwerper Renzo Mongiardino.
Cementtegels ontstonden eind negentiende eeuw als sneller alternatief voor natuursteen en groeiden uit tot een statussymbool in grote paleizen. Restauratie-experts benadrukken dat moderne reproducties de onregelmatigheden en patina missen die alleen door tijd en handwerk ontstaan. Datzelfde gold voor het plafond in dat hotel in Ragusa: juist de afbladderingen en imperfecties maakten het geheel zo sprekend. Hetzelfde principe zie je terug bij antiek visgraatparket, soms zelfs gemaakt van hergebruikt hout uit de Venetiaanse lagune, waar scheurtjes en kleurverschillen als esthetische kwaliteit gelden, niet als gebrek. Wil je dit effect zelf bereiken, zoek dan bij gespecialiseerde handelaren in authentieke bouwmaterialen naar originele tegels of houten vloerdelen die al een geschiedenis hebben: zo geef je een nieuwer huis in één klap meer karakter.
Van alle kenmerken is dit misschien wel het meest sprekende. De oorsprong ligt bij de Romeinen, die met gebluste kalk, marmerstof en pigmenten een sterk, ademend oppervlak maakten dat gracieus verweerde. In de Renaissance werd deze techniek in Venetië doorontwikkeld tot stucco veneziano: laagsgewijs aangebracht en gepolijst tot het glansde als steen. Wat deze wand zo bijzonder maakt, is dat authentiek kalkpleister geleidelijk carboniseert tot natuursteen en daarbij vanzelf een natuurlijke patina ontwikkelt. De verweerde look ontstaat dus organisch, niet door imitatie. In de hedendaagse Italiaanse designpers heeft het bewust nagebootste effect zelfs een eigen naam gekregen, effetto délabré, vooral populair in industriële en shabby-chic interieurs. Vakbronnen koppelen deze traditie ook expliciet aan wabi-sabi, het principe van perfecte imperfectie. Wil je dit effect zelf toepassen, kies dan voor speciaal stucwerk in plaats van een geverfde imitatie: het verschil zie je op de lange termijn.
Terracotta, of cotto, is gebakken, ijzerrijke klei die door dat ijzergehalte zijn kenmerkende roodbruine kleur krijgt en met de jaren patina ontwikkelt. Het beste cotto komt van oudsher uit Impruneta bij Florence, waar de productie teruggaat tot de Etrusken en waar dezelfde ovens en klei nog altijd worden gebruikt.
Wil je dit effect in huis? Cotto werkt op zowel vloer als muur en kan je bijvoorbeeld toepassen in de keuken, eetruimte of badkamer. Combineer het met witte kalkpleister of marmer als contrast, kraanwerk in messing of mat zwart, en een visgraat- of grootformaat-legpatroon voor een verfijnder resultaat. Kleine, vierkante tegeltjes zijn dan weer een speelsere keuze voor de badkamer. Een gladgestreken afwerking, zonder zichtbare tegelvoegen, past dan weer goed bij bijvoorbeeld de boerderijlook, met een naadloos, warm geheel van vloer tot muur. Maar ook bij een elegante inrichting komt deze toepassing goed tot zijn recht. Let op het onderhoud: cotto is poreus en moet voor en na het voegen verzegeld worden, iets wat na een paar jaar herhaling vraagt, vooral in natte zones zoals de douche.
En natuurlijk, als laatste: tijdloosheid & ambacht. Iets goed maken kost tijd, en dat geldt evengoed voor interieur: stukken die generaties meegaan, gemaakt door vakmensen die hun kennis doorgeven, wegen zwaarder dan wat trendgevoelig is. Architect en ontwerper Gio Ponti (1891-1979) vatte dit principe samen in het begrip essenzialità: de zuiverste vorm van een idee, zonder overtolligheid. Meubelmerk Cassina brengt die filosofie nog altijd in de praktijk: in de I Maestri-collectie worden ontwerpen van onder meer Ponti en Le Corbusier heruitgegeven, met behoud van de originele ambachtelijke verbindingstechnieken, gecombineerd met moderne productiemethoden. Wil je deze filosofie zelf toepassen? Investeer liever in één of twee tijdloze, ambachtelijk gemaakte stukken dan in meerdere trendgevoelige items.
Precies dat maakt een Italiaans interieur zo aantrekkelijk. Niet de laatste trend, maar het ambacht en de aandacht waarmee iets is gemaakt, bepalen of het mooi blijft.
Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.