Rondlopen in stadspaleizen van vroeger biedt niet alleen inzicht in het wonen en leven van toen, maar ook in het denken. In deze schitterende voorbeelden was wonen een kunstvorm, bedoeld om generatieslang voort te bestaan.
Wie de musea van Parijs kent, weet dat enkele ervan ooit bewoonde stadspaleizen waren — en dat maakt ze fundamenteel anders dan gewone kunstmusea. We lopen allemaal wel eens door een paleis of kasteel en vergapen ons aan hoe rijk en overweldigend er in vroeger tijden in koninklijke (keizerlijke, pauselijke, noem maar op) kringen werd geleefd.
Er is echter nog een andere categorie lieden die een rijk leven leefde: de ‘haute bourgeoisie’, rijkelui zonder adellijke titel. Een schoolvoorbeeld daarvan zijn Éduard André en Nélie Jacquemart die in 1868 een schitterend stadspaleis lieten bouwen aan de Parijse boulevard Haussmann.
Het is onlangs gerestaureerd en in oude luister hersteld en alles blinkt weer zoals het ooit blonk, en dat is nogal wat, want de Fransen waren toen dol op ormolu, het aanbrengen van een goudlaagje op brons of messing. Architect Henri Parent was er hier niet zuinig mee: trapleuningen, sierhekken, deuren, pilaren, maar ook meubels en klokken, het is bijna allemaal goud wat er blinkt.
En smaak had het echtpaar, getuige de waanzinnige kunstcollectie die het heeft opgebouwd. Het is een eclectisch geheel, variërend van Tiepolo, Fragonard, Donatello en Bernini tot Frans Hals, Rembrandt en Ruisdael, Frans, Italiaans, Hollands, alles door elkaar en bijeengehaald tijdens hun vele buitenlandse reizen.
Die waren trouwens niet zonder controverse, ze deinsden er niet voor terug de Tiepolofresco’s van de muren van antieke Italiaanse villa’s te schrapen om deze langs hun eigen Parijse trappenhuis weer aan te brengen. Tegenwoordig heet dat roofkunst. Hoe dan ook, ze zijn waanzinnig van schoonheid en elegantie, niet alleen die langs de trap, maar ook die aan het plafond in de toenmalige eetzaal (nu tearoom).
Éduard en Nélie waren een opmerkelijk setje, dat volgens de normen en waarden van de toenmalige elite totaal niet bij elkaar paste. Hij kwam uit een schatrijk protestant bankiersgeslacht, zij was een straatarm katholiek meisje, begiftigd met een opmerkelijk schilderstalent. Zij was inmiddels een gevierd portretkunstenares, vanaf haar vroegste jeugd daartoe aangespoord en geholpen door de werkgeefster van haar moeder (naaister), ene madame Paméla Hainguerlot de Vatry. Vrouwen werden toen nog niet toegelaten tot kunstacademies, dus madame nam haar in huis en financierde een kunstzinnige privéopleiding voor haar.
Dat het huwelijk van Éduard en Nélie nooit is geconsumeerd staat wel vast, wellicht mede door het feit dat hij leed aan syfilis in een vergevorderd stadium. Zijn familie vond het echter sociaal gezien noodzakelijk dat hij trouwde. Nélie nam in alles het voortouw - zijnde de sterkere van de twee. Toen hij stierf bleek zij haar man te hebben overgehaald de prenuptial agreement te verscheuren waardoor zij -hoezeer de familie er ook tegen procedeerde- alles erfde. Als teken van de sterke vrouw die zij was, veranderde zij haar naam officieel in Jacquemart-André. En zo heet ook het Musée Jacquemart-André waar ik nu doorheen loop.
Hoezeer kan smaak toch veranderen - de overdaad, de pracht en praal, geen centimeter muur, plafond of vloer is onbenut gelaten. Boven en naast elkaar zijn schilderijen, spullen en zoals Jan des Bouvrie dat noemde: ‘tuttemerullen’ - kleine porseleinen beeldjes, vaasjes, ingelegde fotolijstjes.
Wat zullen de generaties na ons zeggen van onze huidige interieurs: strak, zen en glad, met strakke witte plafonds en inbouwspotjes, één grote leefbank en een eettafel in wat nu steevast ‘het hart van het huis’ wordt genoemd (de keuken), met als pièce de milieu het kookeiland? Eén ding staat vast: niemand zal later door de huizen van de huidige elite lopen, de moderne stadspaleizen, met de benodigde oh’s en ah’s, niet alleen omdat er weinig te zien is, maar eenvoudigweg ook omdat we niet meer aan bewaren doen.
Gelukkig heeft Parijs nog veel meer van huizen als deze. Wie de musea van Parijs verder verkent, stuit vroeg of laat op het Musée de Camondo, het voormalige woonhuis van Moïse de Camondo, telg uit een joodse bankiersfamilie en groot verzamelaar van 18e-eeuwse meubels en kunst. Fascinerend aan dit huis is dat het vanaf de straat niet zichtbaar is - slechts twee garagedeuren vormen de entree, onopvallend opgenomen in een gewoon gebouw. Eenmaal binnen loop je er in een boog omheen om na een draai ineens oog in oog te staan met een onverwacht en fantastisch stadspaleis.
Schrijver en ceramist Edmund de Waal is gelieerd aan de De Camondo’s en schreef een prachtig boekje over het huis (‘Brieven aan Camondo’, uitgeverij de Bezige Bij). De vroegtijdige dood van zijn zoon Nissam tijdens de Eerste Wereldoorlog (naar wie het huis uit liefde en piëteit is genoemd), het immer dreigende antisemitisme, zijn dochter Béatrice die met man en kinderen later werd omgebracht in Auschwitz - de geschiedenis van dit soort huizen is zoveel meer dan alleen visuele pracht. Het is een diepe en menselijke inkijk in de tijd en het leven. Dit museum wordt overigens gerestaureerd en heropent in 2026.
Tot die tijd kan men terecht in meer voormalige woonpaleizen. Het Museum Carnavalet vertelt de geschiedenis van de stad in een familiale setting. Het Marmottan Monet herbergt de grootste collectie Monet ter wereld, met als pronkstuk de serie waterlelies. En ook het bij velen totaal onbekende Hôtel de la Marine aan de Place de la Concorde geeft een statig beeld van hoe de rijken leefden in de 18e eeuw, met de allermooiste voorbeelden van ingelegd meubilair, kristallen kroonluchters zonder weerga en parketvloeren die op zichzelf ware kunstwerken zijn vol verre perspectieven en optische diepten. Wie de musea van Parijs wil begrijpen, begint hier: waar wonen en kunst ooit één waren, en goud op snee geen overdaad was maar een vanzelfsprekendheid.
Musée Jacquemart-André | 158 Boulevard Haussmann, Parijsmusee-jacquemart-andre.com
Musée de Camondo | 63 Rue de Monceau, Parijslesartsdecoratifs.fr
Musée Carnavalet | 23 Rue de Sévigné, Parijscarnavalet.paris.fr
Marmottan Monet | 2 Rue Louis Boilly, Parijsmarmottan.fr
Hôtel de la Marine | Place de la Concorde, Parijshotel-de-la-marine.paris
Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.